Gecoördineerde wet van 14-7-1994

Résumé: Numac tekst: 1994071451

Note: Met volledige historiek.

Tekst bijgewerkt tot: B.S. 29-12-2023 - ed. 1
Numac: 2023048600


Afdeling IV.- Financiële verantwoordelijkheid van de verzekeringsinstellingen, verdeling van de inkomsten van de verzekering geneeskundige verzorging en andere financiële bepalingen, eigen aan deze verzekering

Art. 196.

§ 1. Bij de afsluiting van de rekeningen wordt de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling van de verzekering voor geneeskundige verzorging, bedoeld in artikel 40, § 1, na de neutralisering van de uitgaven vermeld in artikel 197, § 3bis, [, en voor wat betreft de vaststelling van de financiële verantwoordelijkheid van de verzekeringsinstellingen vanaf het begrotingsjaar 2016, na de toepassing van artikel 197, § 3ter"] uitgesplitst over de algemene regeling en de regeling voor de zelfstandigen evenredig met de uitgaven voor verstrekkingen die in elk van de twee regelingen van de verzekering voor geneeskundige verzorging in aanmerking zijn genomen, bij de voormelde afsluiting van de rekeningen.

Aangezien een unieke regeling voor geneeskundige verzorging is uitgewerkt, bestaat die uitsplitsing over de algemene regeling en de regeling voor de zelfstandigen niet meer vanaf 2008.

De begrotingsdoelstelling per regeling die op die manier wordt verkregen, wordt verdeeld onder de verzekeringsinstellingen op basis van het begrotingsaandeel.

Het aandeel van elke verzekeringsinstelling, hierna begrotingsaandeel genoemd, vloeit voort uit de weging van twee verdeelsleutels :

1. een eerste verdeelsleutel, uitgedrukt in percentage, gevormd door het aandeel van de werkelijke uitgaven van elke verzekeringsinstelling in de totale jaaruitgaven van het betrokken boekjaar van alle verzekeringsinstellingen samen, waarvan het gewicht vanaf 2001 70 pct. bedraagt.

2. een tweede verdeelsleutel van normatieve aard, uitgedrukt in percentage, gevormd door het aandeel van de normatieve uitgaven van elke verzekeringsinstelling in de begrotingsdoelstelling van de regeling, waarvan het gewicht vanaf 2001 30 pct. bedraagt.

Vanaf het boekjaar 2006 is in de afsluiting van de rekening de verdeelsleutel van normatieve aard, uitgedrukt in percentage, de verdeelsleutel die wordt gebruikt voor de berekening van een definitieve financiële verantwoordelijkheid, bedoeld in artikel 196bis, en die er zo dicht mogelijk aan voorafgaat of bij gebrek hieraan de verdeelsleutel die wordt gebruikt bij de laatste afsluiting van de rekeningen. [Voor de afsluiting van de rekeningen vanaf het boekjaar 2012 wordt deze verdeelsleutel aangepast aan de evolutie van het ledental per verzekeringsinstelling tussen het jaar van berekening van de verdeelsleutel en het jaar van afsluiting van de rekeningen. De verdeelsleutel wordt vermenigvuldigd met twee quotiënten, namelijk:

1) het quotiënt van het ledental van het jaar van afsluiting en het ledetal van het jaar van berekening;

2) het quotiënt van de som van de normatieve uitgaven van het jaar van berekening en de som van de normatieve uitgaven verkregen door de weging van de gemiddelde normatieve uitgaven van het jaar van berekening met het ledetal van het jaar van afsluiting.]

Vanaf het boekjaar 2008 wordt, voor de afsluiting van de rekeningen die zijn uitgevoerd vóór de berekening van de definitieve financiële verantwoordelijkheid van het boekjaar 2008, bij de afsluiting van de rekeningen van de unieke regeling, de verdeelsleutel van normatieve aard, uitgedrukt in percentage, berekend door gebruik te maken van de verdeelsleutels van normatieve aard van de algemene regeling en van de regeling voor de zelfstandigen, en vastgesteld bij de berekening van een definitieve financiële verantwoordelijkheid, bedoeld in artikel 196bis, die zo dicht mogelijk voorafgaat aan 2008 of bij gebrek daaraan de verdeelsleutels van normatieve aard die worden gebruikt bij de laatste afsluiting van de rekeningen die onmiddellijk voorafgaat aan 2008.

Die berekening wordt gemaakt door de verdeelsleutels van normatieve aard op te tellen naar rata van de begrotingsdoelstellingen van de twee regelingen van 2007.

§ 2. De gebruikte methode voor de berekening van de normatieve verdeelsleutel en de kenmerken van de parameters die moeten worden opgesteld met de hulp van experten, aangewezen door de Raad, worden vastgesteld door de Koning op voorstel van de Algemene Raad na advies van het Verzekeringscomité. De Algemene Raad dient dat voorstel in de loop van het beschouwde boekjaar [of in de loop van het daaropvolgende boekjaar] in bij de minister. Bij gebrek aan een voorstel blijven de gebruikte methode en kenmerken van de parameters van toepassing; voor de definitieve financiële verantwoordelijkheid van 2006 en 2007 blijven deze gebruikt voor 2005 van toepassing, niettegenstaande het feit dat de jaarlijkse uitgaven per regeling worden vervangen door de in artikel 196bis gedefinieerde gepresteerde uitgaven per regeling, de basis van de normatieve uitgaven van de regeling wordt vervangen door de in artikel 196bis gedefinieerde gepresteerde begrotingsdoelstelling en de normatieve verdeelsleutel wordt vervangen door de gepresteerde normatieve verdeelsleutel.

Vanaf 2004 kan enkel de Algemene Raad voor de berekening van de definitieve financiële verantwoordelijkheid de waarden die zijn toegekend aan de parameters, bedoeld in het eerste lid, en de referentiejaren van die parameters aanpassen.

Indien de Algemene Raad geen voorstel formuleert binnen de termijn die is vastgesteld in artikel 196bis, tweede lid, blijven de waarden die zijn toegekend aan de parameters, bedoeld in het eerste lid na een eventuele vroegere aanwending van het tweede lid, van toepassing.

[De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, met betrekking tot de door Hem vastgestelde onderdelen van de in het eerste lid bedoelde parameters, het volgende aan de Algemene Raad delegeren :

a) het wijzigen van kenmerken van die parameters;

b) het toevoegen van bijkomende parameters.]

§ 3. De Koning kan, bij een in de Ministerraad overlegd besluit en op advies van de Algemene Raad, het gewicht van de normatieve verdeelsleutel verder doen toenemen tot een beloop van maximum 40 pct.

In de loop van het jaar dat voorafgaat aan de toename van het gewicht van de normatieve verdeelsleutel, dient de Algemene Raad, na advies van het Verzekeringscomité, een evaluatie te maken van het belang en de invloed van de gebruikte parameters en van de invloed van de normatieve verdeelsleutel in het geheel van de verdeling van de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling onder de verzekeringsinstellingen.

§ 4. [Vanaf het boekjaar 2015 wordt de verdeelsleutel bedoeld in paragraaf 1, vierde lid, 1e punt, toegepast volgens het systeem van financiële verantwoordelijkheid zoals bepaald in artikel 196ter.]

Art. 196bis.

Na de termijn vastgesteld in het volgende lid wordt een definitieve financiële verantwoordelijkheid van de verzekeringsinstellingen vastgesteld.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gepresteerde uitgaven verstaan : alle uitgaven voor de uitgevoerde verstrekkingen of verschuldigde forfaits gedurende een kalenderjaar en die binnen de termijnen, vastgesteld in artikel 174, § 3, voor vergoeding worden voorgelegd. In het kader van dit lid kan de Koning op voorstel van de Algemene Raad een kortere termijn vaststellen.

Een gepresteerde begrotingsdoelstelling van de regeling wordt berekend in het kader van de gepresteerde uitgaven en wordt hierna gepresteerde begrotingsdoelstelling genoemd. De gepresteerde begrotingsdoelstelling wordt bepaald door de begrotingsdoelstelling die is vastgesteld in artikel 196, § 1, te vermenigvuldigen met een aanpassingscoëfficiënt. Voor de jaren die aan 2008 voorafgaan, gaat het om de begrotingsdoelstellingen voor de algemene regeling en de regeling voor de zelfstandigen.

Die aanpassingscoëfficiënt wordt berekend op basis van het gemiddelde van de laatste 3 bekende boekjaren, van het quotiënt tussen de gepresteerde uitgaven en de geboekte uitgaven van een boekjaar, die in aanmerking zijn genomen in de afsluiting van de rekeningen voor de hele sector van de geneeskundige verzorging. Voor een bepaald jaar kan de Algemene Raad het aantal in aanmerking genomen boekjaren verhogen.

Die gepresteerde begrotingsdoelstelling wordt eventueel verhoogd met het bedrag van de neutralisatie van de uitgaven, bedoeld in artikel 197, § 3, dat in aanmerking is genomen bij de afsluiting van de rekeningen van het boekjaar aangepast door de aanpassingscoëfficiënt die in het voormelde vierde lid is beschreven.

Er wordt een begrotingsaandeel berekend, hierna gepresteerd begrotingsaandeel genoemd, dat ontstaat uit de weging van twee verdeelsleutels :

1. een eerste verdeelsleutel, uitgedrukt in percentage, gevormd door het aandeel van de gepresteerde uitgaven van elke verzekeringsinstelling in de totale gepresteerde uitgaven van het betrokken boekjaar voor alle verzekeringsinstellingen, waarvan het gewicht gelijk is aan het in artikel 196, § 1 vermelde gewicht, na eventuele toepassing van § 3 van hetzelfde artikel.

2. een tweede verdeelsleutel van normatieve aard, uitgedrukt in percentage, gevormd door het aandeel van de normatieve uitgaven van elke verzekeringsinstelling in de gepresteerde begrotingsdoelstelling, waarvan het gewicht gelijk is aan het in artikel 196, § 1 vermelde gewicht na eventuele toepassing van § 3 van hetzelfde artikel. De bepalingen van artikel 196, § 2, zijn eveneens van toepassing op deze tweede normatieve verdeelsleutel.

De gepresteerde begrotingsdoelstelling wordt, na toepassing van het vijfde lid, uitgesplitst per verzekeringsinstelling volgens het hierboven berekende gepresteerde begrotingsaandeel van elke verzekeringsinstelling en vormt, uitgedrukt in een bedrag, het aandeel van de gepresteerde inkomsten van elke verzekeringsinstelling.

In het kader van de definitieve financiële verantwoordelijkheid, ingeval de gepresteerde begrotingsdoelstelling, na toepassing van het vijfde lid, met meer dan 2 pct. wordt overschreden door de gepresteerde uitgaven, wordt het tekort voor de toepassing van het aandeel dat door elke deficitaire verzekeringsinstelling moet worden gedekt, beperkt tot 2 pct. van haar gepresteerde begrotingsaandeel.

Er wordt verstaan onder :

- gepresteerd boni : het gedeelte van het aandeel van gepresteerde inkomsten van een verzekeringsinstelling dat haar gepresteerde uitgaven overschrijdt;

- gepresteerd mali : het gedeelte van de gepresteerde uitgaven voor geneeskundige verstrekkingen van een verzekeringsinstelling, dat haar aandeel van gepresteerde inkomsten overschrijdt.

Een verzekeringsinstelling die de berekening van haar definitieve financiële verantwoordelijkheid met een gepresteerd boni afsluit, verwerft in rechte, krachtens de definitieve financiële verantwoordelijkheid, een deel van het gepresteerde boni.

Vanaf 2001 bedraagt dat deel van het gepresteerd boni 25 pct.

Een verzekeringsinstelling die de berekening van de definitieve financiële verantwoordelijkheid met een gepresteerd mali afsluit, moet krachtens de definitieve financiële verantwoordelijkheid een deel van dat gepresteerde mali dekken.

Vanaf 2001 bedraagt dat deel van het gepresteerde mali 25 pct.

De resultaten die met toepassing van het vorige lid tijdens de berekening van de definitieve financiële verantwoordelijkheid van de verzekeringsinstellingen zijn verkregen, worden vergeleken met de resultaten die met toepassing van artikel 198 zijn verkregen bij de afsluiting van de rekeningen van hetzelfde boekjaar; de vastgestelde verschillen worden op het niveau van het reservefonds van de verzekeringsinstellingen opgenomen in de recentste afsluiting van de rekeningen.

In 2008 worden de in het vorige lid beschreven verschillen in de algemene regeling en de regeling voor de zelfstandigen van de jaren die aan 2008 voorafgaan, opgeteld en op het niveau van het reservefonds van de verzekeringsinstellingen opgenomen in de afsluiting van de unieke rekening 2008.

Art. 196ter.

[De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, het systeem van globale financiële verantwoordelijkheid van de verzekeringsinstellingen dat vanaf het boekjaar 2015 toepasselijk is. Hij bepaalt met name de criteria van berekening en de procedure.]

Art. 196quater.

[Voor de boekjaren 2020 en 2021 wordt het systeem van financiële verantwoordelijkheid van de verzekeringsinstellingen niet toegepast.]

Art. 197.

§ 1. De globale verzekeringsinkomsten, door het Instituut toegekend aan de regeling van verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, worden, na aftrek van de lasten van het Instituut en de bedragen ter dekking van de administratiekosten van de verzekeringsinstellingen, bedoeld in de artikelen 194 en 195, en beperkt tot het bedrag van de globale begrotingsdoelstelling, opgesplitst per verzekeringsinstelling in functie van het begrotingsaandeel van elke verzekeringsinstelling zoals bedoeld in artikel 196 en vormen, uitgedrukt in bedrag, het inkomstenaandeel van elke verzekeringsinstelling.

De Algemene raad beslist over de bestemming van de inkomsten boven de begrotingsdoelstelling die hij geheel of gedeeltelijk kan toewijzen aan het lopend boekjaar of reserveren voor het volgende boekjaar.

[De Algemene Raad stelt ook de middelen vast die in de globale begrotingsdoelstelling zijn opgenomen en die niet van de thesaurie van de globale beheren naar het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering moeten worden overgeheveld.]

§ 2. Ingeval voor een boekjaar de globale verzekeringsinkomsten op het niveau van de verzekeringsinstellingen ontoereikend zijn ten opzichte van de globale begrotingsdoelstelling, dienen de verzekeringsinkomsten te worden aangepast tot een beloop van de globale begrotingsdoelstelling of dient de begrotingsdoelstelling te worden aangepast volgens de door de Algemene raad vastgestelde modaliteiten.

§ 3. Ingeval voor een boekjaar de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling geheel of gedeeltelijk wordt overschreden ten gevolge van ernstige of uitzonderlijke onvoorziene gebeurtenissen of van beslissingen van de Overheid, die een verhoging van de uitgaven tot gevolg hebben die niet voorzien was in de begrotingsdoelstelling, kan de Algemene raad, op basis van een berekening van bedoelde niet voorziene uitgaven gemaakt door de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut, beslissen die niet voorziene uitgaven te neutraliseren bij het vaststellen van de financiële verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 198, § 2 en § 3, en de begrotingsdoelstelling dien overeenkomstig aan te passen.

[Het bestaan van onvoorziene uitgaven in de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling wordt door de Algemene Raad erkend wanneer die uitgaven zich voordoen.]

§ 3bis. Bij het vaststellen van de financiële verantwoordelijkheid worden eveneens de uitgaven geneutraliseerd die deel uitmaken van de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling, maar die rechtstreeks worden verricht door het Instituut, zonder tussenkomst van de verzekeringsinstellingen[, alsmede de bedragen die in de globale begrotingsdoelstelling zijn opgenomen en die van de voorschotten aan de verzekeringsinstellingen zijn afgetrokken omdat ze worden afgehouden van de financieringsbehoeften van het Instituut zoals bedoeld in artikel 197, § 1, derde lid.]

[Worden eveneens geneutraliseerd de financiële middelen, opgenomen in de globale begrotingsdoelstelling in het kader van de uitvoering van maatregelen met een positieve financiële weerslag, die niet volledig aangesproken worden omdat de daadwerkelijke toepassingsdatum van de maatregelen later valt dan de toepassingsdatum die is opgenomen in de globale begrotingsdoelstelling.]

[De Algemene Raad stelt deze bedragen vast in de loop van het eerste kwartaal volgend op het jaar waarvoor de globale begrotingsdoelstelling werd vastgesteld, op basis van een vergelijking van de toepassingsdata van maatregelen met een positieve financiële weerslag zoals die enerzijds opgenomen zijn in de globale begrotingsdoelstelling en zoals die anderzijds opgenomen zijn in de herziene technische ramingen zoals bepaald in artikel 38, vierde lid. De toepassingsdata van de maatregelen met een positieve financiële weerslag in de herziene technische ramingen zoals bepaald in artikel 38, vierde lid, worden geactualiseerd tot en met 31 december van het jaar waarvoor de globale begrotingsdoelstelling werd vastgesteld.]

[In het geval dat de Algemene Raad beslist om gedeelte van deze bedragen reeds af te houden van de financieringsbehoeften van het Instituut zoals bedoeld in artikel 197, § 1, derde lid, dan geschiedt de neutralisering zoals bedoeld in het tweede en derde lid enkel op het gedeelte van de uitgaven die groter zijn dan het bedrag dat reeds werd afgetrokken.]

§ 3ter. [Bij het vaststellen van de financiële verantwoordelijkheid voor het dienstjaar 2016 wordt aan de globale begrotingsdoelstelling het verschil toegevoegd tussen enerzijds het bedrag van de inkomsten die daadwerkelijk aan het Instituut worden gestort in uitvoering van de compensatieregels bedoeld in artikel 35bis, § 7, en 35septies/2, § 7, en anderzijds het bedrag van de geraamde inkomsten zoals opgenomen in de initiële begroting 2016 in toepassing van de compensatieregels bedoeld in de artikelen 35bis, § 7, en 35septies/2, § 7.

Bij het vaststellen van de financiële verantwoordelijkheid vanaf het dienstjaar 2017 [wordt aan de globale begrotingsdoelstelling het verschil toegevoegd tussen enerzijds het bedrag van de inkomsten die daadwerkelijk aan het Instituut worden gestort in uitvoering van de compensatieregels bedoeld in de artikelen 35bis, § 7, en 35septies/2, § 7, en anderzijds het bedrag van de geraamde inkomsten zoals opgenomen in de begroting in toepassing van de compensatieregels bedoeld in de artikelen 35bis, § 7, en 35septies/2, § 7].

§ 4. Ingeval voor een boekjaar de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling, na toepassing van de bepalingen bedoeld in § 3 met meer dan 2 pct. wordt overschreden, dan wordt het mali voor de toepassing van artikel 198, § 3, beperkt tot 2 pct. van het begrotingsaandeel van elke verzekeringsinstelling afzonderlijk.

Dit lid werd opgeheven bij: Wet (div I) 24-7-08 - B.S. 7-8 - art. 119 (vroeger lid 2)

Dit lid werd opgeheven bij: Wet (div I) 24-7-08 - B.S. 7-8 - art. 119 (vroeger lid 3)

Dit lid werd opgeheven bij: Wet (div I) 24-7-08 - B.S. 7-8 - art. 119 (vroeger lid 4)

Dit lid werd opgeheven bij: Wet (div I) 24-7-08 - B.S. 7-8 - art. 119 (vroeger lid 5)

Art. 198.

§ 1. Er wordt verstaan onder:

- boni: het gedeelte van het inkomstenaandeel van een verzekeringsinstelling dat haar werkelijke uitgaven voor geneeskundige verstrekkingen overschrijdt;

- mali: het gedeelte van de werkelijke uitgaven voor geneeskundige verstrekkingen van een verzekeringsinstelling dat haar inkomstenaandeel overschrijdt.

§ 2. Een verzekeringsinstelling die een boekjaar met een boni afsluit, verwerft in rechte, als aandeel in de inkomsten [...], een bedrag, gelijk aan haar uitgaven en verhoogd met een deel van het boni.

Vanaf 2001 bedraagt dit deel van het boni 25 pct.

Dit deel wordt gestort in het bijzonder reservefonds, bedoeld in artikel 199.

§ 3. Een verzekeringsinstelling die een boekjaar met een mali afsluit, moet een deel van dat mali dekken door beroep te doen op haar bijzonder reservefonds als bedoeld in artikel 199 en/of door de heffing van een bijkomende bijdrage bij de gerechtigden.

[Vanaf 2001 bedraagt dat deel 25 pct.]

Ze verwerft in rechte, als aandeel in de inkomsten [...], haar inkomstenaandeel, verhoogd met een deel van het mali.

Dit deel bedraagt:

[75 pct vanaf 2001]

en wordt verhoogd met het gedeelte van het tekort dat bij toepassing van artikel 197, § 4 niet in aanmerking wordt genomen voor de toepassing van dit artikel.

§ 4. [Opgeheven door: Wet(div)(I)(1) 24-7-08 - B.S. 7-8 - art. 120]

Art. 199.

§ 1. Elke verzekeringsinstelling richt een bijzonder reservefonds op dat door de verzekeringsinstelling wordt beheerd.

[Op 1 januari 2008 vloeit het bijzonder reservefonds van de unieke regeling voort uit de som van de resultaten van het bijzonder reservefonds van de algemene regeling en van de regeling voor de zelfstandigen van de vorige jaren.]

De Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen is belast met het toezicht op de samenstelling en het beheer van deze bijzondere reservefondsen.

§ 2. Het bijzonder reservefonds is bestemd om het in artikel 198, § 3, bedoelde deel van het mali van de verzekeringsinstelling te dekken [na toepassing van de verschillen die in het twaalfde en dertiende lid van artikel 196bis worden beschreven].

Van 1 januari 1997 tot en met 31 december 2003 wordt het bijzonder reservefonds gestijfd door het in artikel 198, § 2, bedoeld deel van het boni of door 80 pct. van de financiële intresten, bedoeld in artikel 191, eerste lid, 10°bis, op het fonds van de boni's of door een bijdrage van de gerechtigden of door een storting uit de eigen middelen van de verzekeringsinstelling.

In dat fonds worden eensdeels de ontvangsten uit de boni's, bedoeld in artikel 198, § 2, en/of uit de 80 pct. van de financiële interesten, bedoeld in artikel 191, eerste lid, 10°bis, op het fonds van de boni's, en anderdeels de andere middelen, bedoeld in het vorige lid, op verschillende rekeningen geboekt.

Voor de jaren 1995 en 1996 is elke verzekeringsinstelling verplicht om een bijdrage te innen ten belope van 90 frank per gerechtigde en per jaar en de opbrengst ervan te storten in bedoeld fonds.

De in vorig lid bedoelde bijdrage kan worden ingehouden op de aan de gerechtigde verschuldigde terugbetalingen voor verstrekkingen.

De Dienst voor administratieve controle van het Instituut is belast met het toezicht op de inning van deze bijdrage.

Vanaf 1 januari 2004 wordt het bijzonder reservefonds gestijfd door het in artikel 198, § 2, bedoelde deel van het boni [na toepassing van de verschillen die in het twaalfde en dertiende lid van artikel 196bis zijn beschreven] en/of door 80 pct. van de financiële intresten, bedoeld in artikel 191, eerste lid, 10° bis, op het fonds van de boni's en/of door het saldo van de financiële opbrengsten en de financiële kosten, bedoeld in artikel 191, eerste lid, 10° ter, tweede lid, verminderd met de jaarlijkse renteopbrengsten bedoeld in § 3, vierde lid, en/of door een bijdrage van de gerechtigden en/of door een storting uit de eigen middelen van de verzekeringsinstelling.

§ 3. Vanaf 1 januari 1997 moet deze bijzondere reserve ten minste 180 F per gerechtigde bedragen. De Koning bepaalt, na advies van de Controledienst, de wijze waarop deze reserve wordt belegd.

Vanaf 1997 wordt het reservefonds, na eventuele afname bij mali, aangevuld tot voormeld minimumbedrag. Het aanvullingsplan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Controledienst.

Artikel 199, § 2, vijfde lid, is, in voorkomend geval, van toepassing op de door de verzekeringsinstellingen aan de bij hen aangesloten gerechtigden opgelegde bijdrage ter aanvulling van voormelde reserve.

Met ingang van 1 januari 1997 worden de jaarlijkse renteopbrengsten die voortvloeien uit de beleggingen van de financiële middelen welke afkomstig zijn van de in § 2 bedoelde bijdragen, die zijn opgelegd aan de gerechtigden en/of stortingen uit de eigen middelen, bij de administratiekosten van de verzekeringsinstellingen gevoegd.

§ 4. De Raad van de Controledienst kan na advies van zijn Technisch comité de verzekeringsinstellingen normen opleggen met betrekking tot de aanpassing van het minimumbedrag, bedoeld in § 3, en de wijze waarop de verzekeringsinstellingen het gedeelte van de middelen van het bijzonder reservefonds die een te bepalen grensbedrag overschrijdt, mogen aanwenden binnen de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging.

Art. 200.

§ 1. De rekeningen als bedoeld in artikel 12, 5°, worden uiterlijk negen maanden na het verstrijken van het boekjaar afgesloten.

[2e lid opgeheven door: K.B. 17-9-05 - B.S. 23-9 - ed. 1]

§ 1bis. De Koning kan bijzondere regels bepalen op basis waarvan in het raam van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging de rekeningen van de begrotingsjaren 2006 en 2007 in beide regelingen afzonderlijk worden afgesloten.

§ 2. Het gecumuleerd boekhoudkundig resultaat van de rekeningen per verzekeringsinstelling van de verplichte verzekering geneeskundige verzorging, algemene regeling en regeling voor zelfstandigen wordt geblokkeerd op de toestand waarin het zich bevindt na het afsluiten van de rekeningen voor het boekjaar 1994.

§ 3. Zodra de tweede fase, bedoeld in artikel 196, § 1, in werking is getreden:

worden de terugvorderbare voorschotten, ten bedrage van 2.770.000.000 frank en 2.066.000.000 frank door het Rijk via het Instituut aan de verzekeringsinstellingen toegestaan in respectievelijk 1974 en 1979 en ingeschreven als schulden van de verzekeringsinstellingen ten overstaan van het Instituut, verrekend via de rekening-courant met het Instituut;

wordt de schuld van de verzekeringsinstellingen welke voortvloeit uit de terugvorderbare voorschotten die ten bedrage van 720.000.000 frank door het Rijk zijn toegestaan in 1970 en 1971, overgenomen door het Instituut;

wordt het bedrag van 848.196.293 frank, dat op 31 december 1994 werd ingeschreven op het speciaal reservefonds bedoeld in artikel 203, § 3, vijfde en zesde lid, zoals deze van toepassing waren vóór de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 tot uitvoering van artikel 204, § 2, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, definitief toegekend, in de algemene regeling, aan de verzekeringsinstellingen naar rato van hun respectievelijk aandeel in dit fonds;

worden de in het § 2 bedoelde gecumuleerde boekhoudkundige resultaten van de verzekeringsinstellingen, na de aanpassingen voortvloeiend uit de toepassing van het punt 3° hierboven, zowel in mali als in boni, overgenomen door het Instituut.

§ 4. Het gecumuleerd boekhoudkundig resultaat van de verplichte verzekering voor de geneeskundige verzorging, voortvloeiend uit de toepassing van § 3, wordt achtereenvolgens aangezuiverd door:

de definitieve toewijzing aan het Instituut, ten voordele van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, van de door het Rijk toegestane recupereerbare voorschotten, waarvan sprake in § 3, 1° en 2° hierboven, voor een totaal bedrag van 5.556.000.000 frank;

de toewijzing aan het Instituut door het globaal financieel beheer van het sociaal statuut der zelfstandigen van de middelen nodig ter aflossing van de op 31 december 1994 lopende leningen ten belope van 14.055.000.000 frank, in uitvoering van artikel 8, § 2, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot de vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;

de toewijzing aan het Instituut door de RSZ-Globaal beheer van de middelen nodig ter aflossing van de op 31 december 1994 lopende leningen ten belope van volgende bedragen:

in 1995: 1.376.000.000 frank;

in 1996: 3.985.000.000 frank;

in 1997: 3.283.333.333 frank;

de toekenning door de RSZ-Globaal beheer aan het Instituut van de middelen nodig ter aflossing van de op 31 december 1997 lopende leningen aangegaan vóór 31 december 1994 ten belope van een bedrag van 14.716.666.667 frank;

de toewijzing aan het Instituut van het bedrag bedoeld in § 5;

de toewijzing ten voordele van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, regeling voor zelfstandigen, in afwijking van artikel 193, § 2, van het bedrag dat op 31 december 1994 is ingeschreven in het reservefonds voorzien in artikel 41, 2° van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid ten voordele van de zelfstandigen;

de toewijzing ten voordele van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, in afwijking van artikel 193, § 2, van het bedrag dat op 31 december 1994 is ingeschreven in het reservefonds voorzien in artikel 80, 2°, beperkt tot het bedrag van het gecumuleerd boekhoudkundig resultaat van de geneeskundige verzorging na toepassing van de punten 1° tot 6° hierboven.

§ 5. De RSZ-Globaal beheer en het globaal financieel beheer van het sociaal statuut der zelfstandigen storten aan het Instituut, vóór 31 december 2005, het bedrag dat overeenstemt met het saldo van de rekening-courant van het Instituut ten overstaan van de verzekeringsinstellingen, dat voortvloeit uit de overname van de gecumuleerde resultaten van de verzekeringsinstellingen zoals bedoeld in § 3, 4°.

§ 6. De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de verdeelsleutel tussen de algemene regeling en de regeling der zelfstandigen van de in § 4, 1°, 5° en 7° bedoelde bedragen.

Art. 201.

De algemene raad stelt tot en met het begrotingsjaar 2007, na advies van het Technisch comité voor zelfstandigen, de regels vast volgens welke de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling, de normatieve verdeelsleutel, het begrotingsaandeel, het inkomstenaandeel en de bijzondere reservevorming worden toegepast, rekening houdende met de specificiteit van de regeling voor de zelfstandigen.


Fichiers annexes

AnnexeEn vigueur le
* ---artikel 116-1 - artikel 116-5 27/01/2019
---artikel 116-1 - artikel 116-5 01/05/2017
---artikel 116-1 - artikel 116-5 08/01/2015
* ---artikel 116-1 - artikel 116-6 01/01/2021
* ---artikel 165-1 27/08/2015
* ---artikel 191, 15°novies 01/01/2022
---artikel 191, 15°novies 09/01/2021
---artikel 191, 15°novies 10/01/2020
---artikel 191, 15°novies 27/01/2019
* ---artikel 191, 15°terdecies 01/01/2022
* ---artikel 22 Duitstalige gemeenschap 01/01/2019
* ---artikel 23 Duitstalige gemeenschap 01/01/2019
---artikel 25octies-1 - artikel 25octies-2 31/12/2199
* ---artikel 25octies-1 - artikel 25octies-2 07/09/2017
---artikel 25octies-1 - artikel 25octies-2 01/12/2014
---artikel 25octies-1 - artikel 25octies-2 26/02/2014
* ---artikel 25quater-1 07/09/2017
---artikel 25quater-1 26/02/2014
* ---artikel 25septies 01/12/2014
* ---artikel 35quater-1 08/01/2018
* ---artikel 35quater-1 - artikel 35quater-2 01/07/2020
---artikel 35quater-1 - artikel 35quater-2 11/04/2019
* ---artikel 35septies 01/07/2014
* ---artikel 35septies-1 - artikel 35septies-14 2021210
* ---artikel 35septies-1 - artikel 35septies-6 26/11/2018
---artikel 35septies-1 - artikel 35septies-6 01/07/2015
---artikel 35septies-1 - artikel 35septies-6 01/07/2014
* ---artikel 37 Duitstalige gemeenschap 01/01/2019
* ---artikel 37vicies-1 10/01/2013
* ---artikel 37vicies-2 06/09/2022
* art-art13-2 09/06/2022
* art67-1 01/10/2018