Gecoördineerde wet van 14-7-1994

Résumé: Numac tekst: 1994071451

Note: Met volledige historiek.

Tekst bijgewerkt tot: B.S. 29-12-2023 - ed. 1
Numac: 2023048600


HOOFDSTUK I.- ORGANEN

Afdeling I.- Dienst voor uitkeringen

Art. 78.

In de schoot van het Instituut wordt een Dienst voor uitkeringen ingesteld, belast met de administratie van de uitkeringsverzekering en de toepassing van de bepalingen betreffende het invaliditeitspensioen, bepaald als bedoeld in artikel 2, § 3bis, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers.

Art. 78bis.

§ 1. [opgeheven door : Wet 27-12-04 -B.S. 31-12 - ed. 2]

§ 2. [Opgeheven bij: Wet(div) 30-8-17 - B.S. 16-10 - art. 46]

§ 3. [opgeheven bij: Wet 14-1-02 - B.S. 22-2 - ed. 1]

§ 4. [opgeheven bij: Wet 14-1-02 - B.S. 22-2 - ed. 1]

Afdeling II.- Beheerscomité

Art. 79.

De Dienst voor uitkeringen wordt beheerd door een Beheerscomité dat samengesteld is uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van de representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties.

Bovendien maken vertegenwoordigers van de verzekeringsinstellingen bevoegd in het kader van de uitkeringsverzekering, deel uit van het Beheerscomité; elke verzekeringsinstelling heeft recht op ten minste een vertegenwoordiger.

Alleen de in het eerste lid bedoelde leden van het Beheerscomité zijn stemgerechtigd wat de [In artikel 80, § 1, 2° en § 3 bedoelde bevoegdheden betreft].

De Koning stelt het aantal dier werkende en plaatsvervangende vertegenwoordigers vast en benoemt ze. Hij benoemt de voorzitter en de ondervoorzitters. Hij bepaalt de werkingsregelen van het Beheerscomité.

De Koning kan zich in de plaats stellen van het Beheerscomité wanneer dit, één maand na daartoe door de Minister te zijn verzocht, geen geldige beslissing heeft genomen ter zake van de opdrachten die het bij deze gecoördineerde wet zijn opgedragen.

Indien het Beheerscomité de adviezen die het behoort uit te brengen niet heeft verstrekt binnen één maand na daarom te zijn verzocht, worden ze geacht te zijn uitgebracht.

Drie regeringscommissarissen, die de Koning benoemt op voordracht van de Minister die [de Sociale Zaken] onder zijn bevoegdheid heeft, respectievelijk de Minister die Tewerkstelling en Arbeid onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die de Begroting onder zijn bevoegdheid heeft, wonen de vergaderingen van het Comité bij.

Een vertegenwoordiger van de Controledienst bedoeld in artikel 49 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, woont de vergaderingen van het Comité bij met raadgevende stem.

Art. 80.

§ 1. Het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen:

stelt de rekeningen vast en maakt de begroting op van de uitkeringsverzekering; deze begroting en deze rekeningen behelzen afzonderlijk de uitkeringen wegens primaire ongeschiktheid, de invaliditeitsuitkeringen en de moederschapsuitkeringen; aparte ramingen worden opgemaakt voor de uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid of moederschap [...];

beheert het reservefonds gevormd met het boni uit het beheer van de tak uitkeringen;

opgeheven bij: Wet 24-12-99 - B.S. 31-12 - ed. 3;

stelt vast onder welke voorwaarden aan de verzekeringsinstellingen de geldmiddelen worden voorgeschoten die zij behoeven om de uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid of moederschap [...] te betalen;

werkt de in deze gecoördineerde wet bedoelde verordeningen uit, in het bijzonder met betrekking tot:

a) het verkrijgen van recht op de uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid of moederschap [...];

b) de regelen tot berekening van de uitkeringen;

c) de regelen tot betaling van de uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid of moederschap [...];

bepaalt de regelen volgens welke de verzekeringsinstellingen hun rekeningen bij de Dienst voor uitkeringen indienen en verantwoorden;

[onderzoekt de verslagen die hem door de Geneeskundige raad voor invaliditeit bezorgd worden in uitvoe-ring van artikel 82, eerste lid, 6° en door de Dienst voor administratieve controle in uitvoering van artikel 161, § 2, 3°; het brengt binnen de door de Koning te stellen termijnen, aan de Minister verslag uit over de te treffen maatregelen waartoe het besloten heeft of welke het voorstelt;]

7°/1 [bevestigt, op voorlegging van de leidend ambtenaar van de Dienst voor uitkeringen, de inhoud van de thematische controles die zullen worden uitgevoerd door de artsen van de Dienst voor uitkeringen, leden van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, op basis van de aan hen krachtens artikel 82, tweede lid, toevertrouwde bevoegdheid;]

stelt de richtlijnen vast voor de organisatie van de controle van de arbeidsongeschiktheid, op basis van de voorstellen van de Geneeskundige raad voor invaliditeit na advies van het Kenniscentrum arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 85 [, evenals op basis van de verslagen van de thematische controles die worden uitgevoerd door de artsen van de Dienst voor uitkeringen, leden van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, op basis van de aan hen krachtens artikel 82, tweede lid, toevertrouwde bevoegdheid];

stelt zijn huishoudelijk reglement op en legt het de Koning ter goedkeuring voor;

10° gaat op eensluidend advies van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, over tot de erkenning en de intrekking van de erkenning van de door een of meer werkgevers georganiseerde diensten voor geneeskundige controle, zoals bedoeld in artikel 91;

11° beslist, in geval van hervatting van een niet-toegelaten arbeid, in welke behartigenswaardige gevallen er geheel of gedeeltelijk mag worden afgezien van het terug te vorderen bedrag;

12° stelt het Algemeen comité de begroting van de administratiekosten van de Dienst voor uitkeringen voor;

13° opgeheven bij: Wet 20-12-95 - B.S. 23-12.

§ 2. [Het Beheerscomité van de dienst voor uitkeringen kan overeenkomsten voor studies, onderzoeken of de ontwikkeling van opleidingen sluiten die de kennis inzake arbeidsongeschiktheid, de medische evaluatie en de beroepsherscholing beogen te verbeteren. De uitgaven die erop betrekking hebben, zijn ten laste van de begroting van de uitkeringsverzekering.]

§ 3. Het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen is bevoegd voor de toepassing van de bepalingen betreffende het invaliditeitspensioen ten voordele van de mijnwerkers en ermee gelijkgestelden bedoeld in artikel 5, 1°, h), van de wet van 27 juni 1969 [tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders] en zoals overeenkomstig artikel 2, § 3bis, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers aan het Instituut toevertrouwd. In dat kader stelt het de rekeningen vast en maakt het de begroting op. Het stelt het Algemeen comité de begroting van de administratiekosten van de Dienst voor uitkeringen voor die op de toepassing van de bepalingen van dit invaliditeitspensioen betrekking hebben.

Art. 80bis.

[Opgeheven bij: Wet(div) 30-8-17 - B.S. 16-10 - art. 49]

Afdeling III.- Geneeskundige raad voor invaliditeit

Art. 81.

[Bij de Dienst voor uitkeringen wordt een Geneeskundige raad voor invaliditeit ingesteld die een hoge commissie en afdelingen van de hoge commissie omvat, waarvan de organisatie en het werkgebied door de Koning worden vastgesteld.]

Samenstelling en werkingsregelen van de Geneeskundige raad voor invaliditeit worden bepaald door de Koning die de voorzitter en leden ervan benoemt.

Art. 82.

De Geneeskundige raad voor invaliditeit:

vervult de hem in de artikelen 90, [derde lid], en 94 opgedragen taken en geeft van zijn beslissingen kennis aan de door de Koning aan te wijzen personen en organen onder de door Hem te bepalen voorwaarden en termijn;

onderzoekt de kwesties met betrekking tot het tijdvak van invaliditeit, hem ter adviesgeving voorgelegd door de Minister, het Beheerscomité of de leidend ambtenaar van de Dienst voor uitkeringen alsmede door de verzekeringsinstellingen bevoegd in het kader van de uitkeringsverzekering;

werkt samen met het College van geneesheren-directeurs bedoeld in artikel 23, § 1, door het mede te delen welke gerechtigden in aanmerking kunnen komen voor revalidatie of herscholing en het alle inlichtingen te bezorgen waarom het ter uitoefening van zijn taak verzoekt.

[Opgeheven door: Wet 20-12-23 - B.S. 28-12 - art. 3]

stelt de algemene medische richtlijnen en criteria vast op voorstel van [het Kenniscentrum arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 85];

[onderzoekt de gegevens over de arbeidsongeschiktheid, doorgegeven door de verzekeringsinstellingen volgens de nadere regels en binnen de termijn bepaald door het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen;]

[werkt de verslagen inzake arbeidsongeschiktheid uit en bezorgt deze samen met de aanbevelingen ingegeven door zijn bevindingen aan het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen.]

[De Koning bepaalt onder welke voorwaarden de bevoegdheid tot beslissen over de staat van arbeidsongeschiktheid in uitvoering van het eerste lid, 1°, of de bevoegdheid om van deze beslissing kennis te geven kan worden uitgeoefend door één of meer artsen, leden van de Geneeskundige raad voor invaliditeit. De bevoegdheid tot beslissen mag in geen geval uitsluitend worden uitgeoefend door artsen die tewerkgesteld zijn door de verzekeringsinstelling waarbij de betrokken gerechtigde is aangesloten of ingeschreven.]

Afdeling IV.- Technische ziekenfondsraad

Art. 83.

Bij de Dienst voor uitkeringen wordt een Technische ziekenfondsraad ingesteld waarvan samenstelling en werkingsregelen worden bepaald door de Koning, die de voorzitter en leden ervan benoemt; elke verzekeringsinstelling heeft recht op ten minste een vertegenwoordiger.

Art. 84.

De Technische ziekenfondsraad heeft tot taak adviezen uit te brengen over de problemen in verband met de voorwaarden tot toekenning van de in de titel IV bedoelde uitkeringen met het oog op de behandeling ervan in het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen.

Afdeling V.- Kenniscentrum arbeidsongeschiktheid

Art. 85.

Bij de Dienst voor uitkeringen wordt een [Kenniscentrum arbeidsongeschiktheid ingesteld dat tot taak heeft]:

op verzoek van het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen, van de Geneeskundige Raad voor invaliditeit of op eigen initiatief, advies te verlenen over medische problemen aangaande de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid;

algemene medische richtlijnen en criteria voor te stellen om beter de evaluatieproblemen aangaande de arbeidsongeschiktheid op te vangen; deze richtlijnen en criteria worden daarna vastgesteld door de Geneeskundige Raad voor invaliditeit;

aan de hand van statistische gegevens met betrekking tot de arbeidsongeschiktheid onderzoek te verrichten in verband met de werking van de uitkeringsverzekering en advies uit te brengen over problemen die hierbij rijzen;

[studies inzake de uitkeringsverzekering te laten uitvoeren, deze te coördineren en advies uit te brengen. De uitgaven die erop betrekking hebben, zijn ten laste van de begroting van de uitkeringsverzekering.]

De samenstelling en werkingsregelen van [het Kenniscentrum arbeidsongeschiktheid] worden door de Koning bepaald die eveneens de voorzitter en de leden ervan benoemt.


Fichiers annexes

AnnexeEn vigueur le
* ---artikel 116-1 - artikel 116-5 27/01/2019
---artikel 116-1 - artikel 116-5 01/05/2017
---artikel 116-1 - artikel 116-5 08/01/2015
* ---artikel 116-1 - artikel 116-6 01/01/2021
* ---artikel 165-1 27/08/2015
* ---artikel 191, 15°novies 01/01/2022
---artikel 191, 15°novies 09/01/2021
---artikel 191, 15°novies 10/01/2020
---artikel 191, 15°novies 27/01/2019
* ---artikel 191, 15°terdecies 01/01/2022
* ---artikel 22 Duitstalige gemeenschap 01/01/2019
* ---artikel 23 Duitstalige gemeenschap 01/01/2019
---artikel 25octies-1 - artikel 25octies-2 31/12/2199
* ---artikel 25octies-1 - artikel 25octies-2 07/09/2017
---artikel 25octies-1 - artikel 25octies-2 01/12/2014
---artikel 25octies-1 - artikel 25octies-2 26/02/2014
* ---artikel 25quater-1 07/09/2017
---artikel 25quater-1 26/02/2014
* ---artikel 25septies 01/12/2014
* ---artikel 35quater-1 08/01/2018
* ---artikel 35quater-1 - artikel 35quater-2 01/07/2020
---artikel 35quater-1 - artikel 35quater-2 11/04/2019
* ---artikel 35septies 01/07/2014
* ---artikel 35septies-1 - artikel 35septies-14 2021210
* ---artikel 35septies-1 - artikel 35septies-6 26/11/2018
---artikel 35septies-1 - artikel 35septies-6 01/07/2015
---artikel 35septies-1 - artikel 35septies-6 01/07/2014
* ---artikel 37 Duitstalige gemeenschap 01/01/2019
* ---artikel 37vicies-1 10/01/2013
* ---artikel 37vicies-2 06/09/2022
* art-art13-2 09/06/2022
* art67-1 01/10/2018