Koninklijk besluit 3-7-1996

Résumé: Numac tekst: 2020201668

De hierna vermelde bijlagen kan u terugvinden in de tabel met bijlagen die zich onder de inhoudstafel bevindt:
Verlag aan de Koning
Advies Raad van State
Bijlagen 2, 3 en aanvraag inschrijving GVU

Note: Met volledige historiek.

Tekst bijgewerkt tot: B.S. 23-1-2024
Numac: 2023206779


Afdeling VIquater - Re-integratietraject op sociaalprofessionele re-integratie

Art. 215octies.

§ 1. [In deze afdeling wordt verstaan onder:

het "Terug Naar Werk-traject": het "Terug Naar Werk-traject" bedoeld in artikel 100, § 1/1 van de gecoördineerde wet;

[de betrokkene heeft de door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering georganiseerde opleiding "Disability Management" gevolgd en heeft minstens de helft van de punten behaald op het in het kader van deze opleiding georganiseerde examen "Certified Return to Work Coordinator". Indien de betrokkene bij de opname van de functie als "Terug Naar Werk-coördinator" echter niet zou voldoen aan de voormelde voorwaarden, dienen zij te zijn vervuld binnen een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de opname van deze functie;]

[de betrokkene neemt na het opnemen van de functie per jaar deel aan twee door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering ingerichte intervisiemomenten;]

§ 2. Om als "Terug Naar Werk-coördinator" binnen het ziekenfonds te kunnen fungeren, dienen de volgende voorwaarden te zijn vervuld:

de betrokkene beschikt minstens over een diploma op grond waarvan hij in aanmerking komt voor de toelating tot de federale overheidsdiensten wat het niveau B betreft overeenkomstig de bijlage van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel;

de betrokkene is als "Certified Return to Work Coordinator" geslaagd voor het door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering georganiseerde examen in het kader van de opleiding "Disability Management" of slaagt binnen een termijn van twee jaar na de opname van de functie van "Terug Naar Werk-coördinator" voor het voormelde examen;

de betrokkene neemt na het slagen voor het in 2° bedoelde examen deel aan minstens de helft van de door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering maximaal vier keer per jaar ingerichte intervisiemomenten.

§ 3. Met respect voor het beroepsgeheim neemt de "Terug Naar Werk-coördinator" binnen het ziekenfonds alle nuttige maatregelen in het kader van het "Terug Naar Werk-traject" en contacteert hij, in samenspraak met de adviserend arts en met het akkoord van de gerechtigde, elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die kan bijdragen tot de sociaalprofessionele re-integratie van deze gerechtigde, evenals ondersteunt hij de gerechtigde in de contacten met voornoemde natuurlijke personen of rechtspersonen. In het bijzonder verricht de "Terug Naar Werk-coördinator" de volgende opdrachten tijdens het "Terug Naar Werk-traject":

de organisatie van het eerste contactmoment met de gerechtigde, zowel op vraag van de adviserend arts als op eigen initiatief van de gerechtigde, evenals van de volgende noodzakelijk geachte contactmomenten in het kader van de passende aanpassings- en/of begeleidingsacties;

de ondersteuning van de door een arbeidsovereenkomst verbonden gerechtigde, met zijn instemming, bij de aanvraag tot een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting bedoeld in artikel I.4-36 van de codex over het welzijn op het werk of de opstart van een re-integratietraject door de gerechtigde zelf bij de preventieadviseur-arbeidsarts bedoeld in artikel I.4-73, § 1, 1° van de codex over het welzijn op het werk;

de registratie in het "Terug Naar Werk-dossier" en de opvolging, zowel op algemeen vlak als per individueel dossier, van de verschillende ondernomen acties, inclusief het behaalde resultaat van het "Terug Naar Werk-traject]

Art. 215novies.

[Het. re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie bedoeld in deze afdeling beoogt in het kader van het "Terug Naar Werk-traject" de sociaalprofessionele re-integratie te bevorderen van de gerechtigde die niet meer tewerkgesteld is of niet meer tewerkgesteld kan worden door zijn werkgever, door hem te begeleiden naar een functie bij een andere werkgever of in een andere bedrijfstak.]

Art. 215decies.

§ 1. [Tien weken na de aanvang van de arbeidsongeschiktheid stuurt de adviserend arts een vragenlijst op naar de gerechtigde op grond waarvan wordt nagegaan welke persoons- en omgevingsgerelateerde factoren, naargelang het geval, een werkhervatting bij de werkgever of het opnemen van een beroep op de reguliere arbeidsmarkt kunnen bevorderen of verhinderen. De gerechtigde dient deze vragenlijst binnen een termijn van twee weken behoorlijk ingevuld naar de adviserend arts terug te sturen. Indien de adviserend arts de vragenlijst echter niet binnen een termijn van twee weken heeft ontvangen, vraagt hij aan de "Terug Naar Werk-coördinator" dat contact wordt opgenomen met de gerechtigde en, in voorkomend geval, zal hem de nodige ondersteuning bij het invullen worden geboden.

Van de in het eerste lid bedoelde verplichting om een vragenlijst op te sturen, kan de adviserend arts om gegronde medische redenen afwijken.

In de loop van de vierde maand van de arbeidsongeschiktheid maakt de adviserend arts, in voorkomend geval in samenspraak met de "Terug Naar Werk-coördinator", onder andere op basis van het medisch dossier van de gerechtigde en de door de gerechtigde ingevulde vragenlijst, een eerste inschatting van diens restcapaciteiten op. Indien het voor de gerechtigde, ondanks de geboden ondersteuning bedoeld in het eerste lid, niet mogelijk is geweest om de verzonden vragenlijst in te vullen, nodigt de adviserend arts hem in het kader van deze inschatting van de restcapaciteiten voor een medisch onderzoek uit tenzij uit de ter beschikking gestelde medische informatie blijkt dat het invullen van de vragenlijst niet mogelijk is en een onderzoek op dat moment niet aangewezen is.

§ 2. Op grond van de verrichte inschatting van zijn restcapaciteiten bedoeld in paragraaf 1 plaatst de adviserend arts de gerechtigde in één van de volgende vier categorieën:

categorie 1 : er kan redelijkerwijze worden aangenomen dat de gerechtigde uiterlijk tegen het einde van de zesde maand van de arbeidsongeschiktheid spontaan, al naargelang het geval, het overeengekomen werk zal hervatten of een beroep op de reguliere arbeidsmarkt zal opnemen;

categorie 2 : een werkhervatting bij de werkgever of het opnemen van een beroep op de reguliere arbeidsmarkt lijkt om medische redenen niet tot de mogelijkheden te behoren;

categorie 3 : een werkhervatting bij de werkgever of het opnemen van een beroep op de reguliere arbeidsmarkt is voorlopig niet aan de orde omdat de prioriteit dient uit te gaan naar de medische diagnose of de medische behandeling;

categorie 4 : een werkhervatting bij de werkgever of het opnemen van een beroep op de reguliere arbeidsmarkt lijkt mogelijk te zijn na één of meerdere aanpassings- en/of begeleidingsacties.

[Indien de gerechtigde overeenkomstig het vorige lid in de categorie 3 werd geplaatst, moet een medisch onderzoek door de adviserend arts plaatsvinden uiterlijk tijdens de zevende maand van arbeidsongeschiktheid.]

§ 3. [In afwijking van paragraaf 1 gaat de adviserend arts, naargelang het geval, niet tot het verzenden van de vragenlijst en tot de eerste inschatting van de restcapaciteiten van de gerechtigde over in de volgende situaties:

de preventieadviseur-arbeidsarts is verzocht geweest om een re-integratietraject zoals bedoeld in hoofdstuk VI van boek I, titel 4 van de codex over het welzijn op het werk op te starten;

de gerechtigde verricht een toegelaten arbeid overeenkomstig artikel 100, § 2 van de gecoördineerde wet;

na een toestemming van de adviserend arts overeenkomstig artikel 215terdecies, § 1 is al op vraag van de gerechtigde een "Terug Naar Werk-traject" opgestart.]

Art. 215undecies.

§ 1. [In de volgende gevallen verwijst de adviserend arts de gerechtigde door naar de "Terug Naar Werk-coördinator" met het oog op een eerste contactmoment in het kader van een "Terug Naar Werk-traject":

de gerechtigde is, op het moment van de in artikel 215decies, § 2, bedoelde inschatting, geplaatst in categorie 1, de gerechtigde is nog altijd arbeidsongeschikt na zes maanden en de adviserend arts maakt na een medisch onderzoek een nieuwe inschatting waaruit blijkt dat, naargelang het geval, een werkhervatting bij de werkgever of het opnemen van een beroep op de reguliere arbeidsmarkt mogelijk lijkt te zijn na één of meerdere aanpassings- en/of begeleidingsacties;

de gerechtigde is, op het moment van de in artikel 215decies, § 2, bedoelde inschatting, geplaatst in categorie 3, en na een herevaluatie van zijn situatie door de adviserend arts is gebleken dat voor deze gerechtigde, naargelang het geval, een werkhervatting bij de werkgever of het opnemen van een beroep op de reguliere arbeidsmarkt mogelijk lijkt te zijn na één of meerdere aanpassings- en/of begeleidingsacties;

de gerechtigde wordt overeenkomstig artikel 215decies, § 2, in categorie 4 geplaatst.]

§ 2. [Het eerste contactmoment tussen de Terug Naar Werk-coördinator en de gerechtigde vindt plaats:

binnen één maand na de doorverwijzing van de in paragraaf 1, 1° en 2° bedoelde gerechtigden door de adviserend arts;

uiterlijk tijdens de zesde maand van arbeidsongeschiktheid bij een doorverwijzing van de in paragraaf 1, 3° bedoelde gerechtigde door de adviserend arts.

Tijdens dit eerste contactmoment licht hij zijn rol inzake de begeleiding en opvolging van het traject toe en gaat hij samen met de gerechtigde de eerste stap van het traject na. De "Terug Naar Werk-coördinator" verwijst de door een arbeidsovereenkomst verbonden gerechtigde, met zijn instemming en met de nodige ondersteuning, tijdens het eerste contactmoment naar de preventieadviseur-arbeidsarts met het oog op de aanvraag tot een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting bedoeld in artikel I.4-36 van de codex over het welzijn op het werk of de opstart van een re-integratietraject bedoeld in hoofdstuk VI van boek I, titel 4 van de voormelde codex.]

Tijdens het eerste contactmoment bedoeld in het vorige lid vraagt de "Terug Naar Werk-coördinator" aan de gerechtigde uitdrukkelijk zijn schriftelijke toestemming voor de gegevensverwerking bedoeld in artikel 100, § 1/2 van de gecoördineerde wet.

De "Terug Naar Werk-coördinator" registreert het eerste contactmoment bedoeld in het eerste lid en de daarbinnen afgesproken acties in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde.

[In afwijking van het eerste lid vindt er geen eerste contactmoment met de "Terug Naar Werk-coördinator" plaats als de gerechtigde een toegelaten arbeid overeenkomstig artikel 100, § 2 van de gecoördineerde wet verricht.]

§ 3. Zodra de adviserend arts een kopie krijgt van het re-integratieplan overeenkomstig artikel I.4-74, § 2, tweede lid, van de codex over het welzijn op het werk en onverminderd de toepassing van artikel 239, § 1/1, gaat hij na of het uitvoeren van het re-integratieplan een einde maakt aan de staat van arbeidsongeschiktheid zoals bepaald in artikel 100, § 1, van de gecoördineerde wet.

Indien het re-integratieplan bestaat uit een toegelaten arbeid bij de desbetreffende werkgever zoals bepaald in artikel 100, § 2, van de gecoördineerde wet, is de gerechtigde er niet toe gehouden om de toelating van de adviserend arts te vragen, maar gaat de adviserend arts zelf na of het re-integratieplan overeenstemt met de voorwaarden voor een toegelaten arbeid. In voorkomend geval attesteert de adviserend arts de modaliteiten van zijn toelating.

De adviserend arts deelt zo spoedig mogelijk zijn bevindingen met betrekking tot de staat van de arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 100, § 1, van de gecoördineerde wet of zijn beslissing in verband met de toegelaten arbeid in de zin van artikel 100, § 2, van de gecoördineerde wet aan de preventieadviseur-arbeidsarts mee.

Als de adviserend arts geen reactie geeft binnen de drie weken na ontvangst van de kopie van het re-integratieplan, wordt er verondersteld dat het uitvoeren van het re-integratieplan geen einde zal maken aan de staat van arbeidsongeschiktheid zoals bepaald in artikel 100, § 1, van de gecoördineerde wet en dat de beslissing van de adviserend arts in verband met de toegelaten arbeid in de zin van artikel 100, § 2, van de gecoördineerde wet positief is.]

Art. 215duodecies.

[Onverminderd de toepassing van artikel 215undecies, § 1 kan de gerechtigde zelf de "Terug Naar Werk-coördinator" op elk ogenblik tijdens de arbeidsongeschiktheid vragen om een eerste contactmoment in het kader van een "Terug Naar Werk-traject" te organiseren. De "Terug Naar Werk-coördinator" informeert de adviserend arts over dit verzoek.

Ter voorbereiding van dit eerste contactmoment wordt de gerechtigde uitgenodigd om een vragenlijst in te vullen die nagaat welke persoons- en omgevingsgerelateerde factoren, al naargelang het geval, een werkhervatting bij de werkgever of het opnemen van een beroep op de reguliere arbeidsmarkt kunnen bevorderen of verhinderen. De gerechtigde dient deze vragenlijst binnen een termijn van twee weken behoorlijk ingevuld terug te sturen.

In afwijking van het vorige lid, wordt geen vragenlijst naar de gerechtigde opgestuurd indien deze gerechtigde tijdens de lopende arbeidsongeschiktheid al een vragenlijst heeft ingevuld en er wordt geoordeeld dat een actualisatie van de verstrekte antwoorden niet nodig is.

[Binnen een termijn van één maand te rekenen vanaf de ontvangst van de door de gerechtigde ingevulde vragenlijst, vindt het eerste contactmoment tussen de "Terug Naar Werk-coördinator" en de gerechtigde in het kader van een "Terug Naar Werk-traject" plaats.] Tijdens dit eerste contactmoment licht hij zijn rol inzake de begeleiding en opvolging van het traject toe en gaat hij samen met de gerechtigde de eerste stap van het traject na. De "Terug Naar Werk-coördinator" verwijst de door een arbeidsovereenkomst verbonden gerechtigde, met zijn instemming en met de nodige ondersteuning, tijdens het eerste contactmoment naar de preventieadviseur-arbeidsarts met het oog op de aanvraag tot een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting bedoeld in artikel I.4-36 van de codex over het welzijn op het werk of de opstart van een re-integratietraject bedoeld in hoofdstuk VI van boek I, titel 4 van de voormelde codex.

Tijdens het eerste contactmoment bedoeld in het vorige lid vraagt de "Terug Naar Werk-coördinator" aan de gerechtigde uitdrukkelijk zijn schriftelijke toestemming voor de gegevensverwerking bedoeld in artikel 100, § 1/2 van de gecoördineerde wet.

De "Terug Naar Werk-coördinator" registreert het eerste contactmoment bedoeld in het vierde lid en de daarbinnen afgesproken acties in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde.]

Art. 215terdecies.

§ 1. [Na het eerste contactmoment bedoeld in artikel 215duodecies informeert de "Terug Naar Werk-coördinator" de adviserend arts over de inhoud ervan en vraagt hem om toestemming om een "Terug Naar Werk-traject" op te starten.

§ 2. [Indien de adviserend arts oordeelt dat het opstarten van een "Terug Naar Werk-traject" niet verenigbaar is met de algemene gezondheidstoestand, vindt een nieuw contactmoment tussen de "Terug Naar Werk-coördinator" en de gerechtigde binnen de maand na het vorige contactmoment plaats om de door de adviserend arts verrichte inschatting te bespreken.]

De "Terug Naar Werk-coördinator" registreert het nieuwe contactmoment bedoeld in het vorige lid en de daarbinnen afgesproken acties in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde.]

Art. 215quaterdecies.

[In de volgende gevallen start de "Terug Naar Werk-coördinator", in overleg met de adviserend arts en de gerechtigde, een re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie in de zin van artikel 215novies op en onderschrijven de drie partijen een positieve engagementsverklaring:

de niet door een arbeidsovereenkomst verbonden gerechtigde heeft tijdens het eerste contactmoment bedoeld in artikel 215undecies, § 2, het eerste contactmoment bedoeld in artikel 215duodecies en mits een goedkeuring van de adviserend arts of tijdens een nieuw contactmoment bedoeld in artikel 215terdecies, § 2, ingestemd dat nader wordt onderzocht welke aanpassings- en/of begeleidingsacties voor hem passend zijn;

de door een arbeidsovereenkomst verbonden gerechtigde die niet is doorverwezen naar de preventieadviseur-arbeidsarts met het oog op de aanvraag tot een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting bedoeld in artikel I.4-36 van de codex over het welzijn op het werk of de opstart van een re-integratietraject bedoeld in hoofdstuk VI van boek I, titel 4 van de voormelde codex, heeft tijdens het eerste contactmoment bedoeld in artikel 215undecies, § 2, het eerste contactmoment bedoeld in artikel 215duodecies en mits een goedkeuring van de adviserend arts of tijdens een nieuw contactmoment bedoeld in artikel 215terdecies, § 2, ingestemd dat nader wordt onderzocht welke aanpassings- en/of begeleidingsacties voor hem passend zijn;

de door een arbeidsovereenkomst verbonden gerechtigde beslist om na het bezoek voorafgaand aan de werkhervatting bedoeld in artikel I.4-36 van de codex over het welzijn op het werk niet aan de preventieadviseur-arbeidsarts te vragen een re-integratietraject zoals bedoeld in hoofdstuk VI van boek I, titel 4 van de codex over het welzijn op het werk op te starten en deze gerechtigde heeft na een contact met de "Terug Naar Werk-coördinator" ingestemd dat nader wordt onderzocht welke aanpassings- en/of begeleidingsacties voor hem passend zijn;

het re-integratietraject bedoeld in hoofdstuk VI van boek I, titel 4 van de codex over het welzijn op het werk van de gerechtigde die definitief ongeschikt is om het overeengekomen werk uit te voeren, is definitief beëindigd overeenkomstig artikel I.4-76, § 1, van de codex over het welzijn op het werk en de gerechtigde heeft na een contact met de "Terug Naar Werk-coördinator" ingestemd dat nader wordt onderzocht welke aanpassings- en/of begeleidingsacties voor hem passend zijn.

Indien het re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie overeenkomstig het vorige lid, 2° of 3° wordt opgestart, licht de "Terug Naar Werk-coördinator" de preventieadviseur-arbeidsarts in.

Indien de preventieadviseur-arbeidsarts evenwel overeenkomstig artikel I.4-73, § 2 van de codex over het welzijn op het werk aan de adviserend arts meedeelt dat hij een re-integratieverzoek van de werkgever heeft ontvangen, schort de "Terug Naar Werk-coördinator" de uitvoering van het re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie in de zin van artikel 215novies op. Wanneer dat re-integratietraject van de gerechtigde die definitief ongeschikt is om het overeengekomen werk uit te voeren, definitief is beëindigd overeenkomstig artikel I.4-76, § 1, van de codex over het welzijn op het werk, start de "Terug Naar Werk-coördinator" het re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie opnieuw op.]

Art. 215quinquiesdecies.

[In het kader van het re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie in de zin van artikel 215novies wordt de gerechtigde uitgenodigd voor een opvolggesprek door de "Terug Naar Werk-coördinator" waarin concreet inhoud wordt gegeven aan het re-integratieplan gericht op sociaalprofessionele re-integratie dat hem betreft.

Het eerste opvolggesprek vindt plaats binnen de maand nadat de "Terug Naar Werk-coördinator" en de gerechtigde het re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie hebben opgestart zoals bedoeld in artikel 215quaterdecies. Indien nodig kan een tweede opvolggesprek worden gepland.

De bevindingen van de opvolggesprekken worden in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde geregistreerd.]

Art. 215sexiesdecies.

[Overeenkomstig de bepalingen van artikel 215quinquiesdecies stelt de "Terug Naar Werk-coördinator" in samenspraak met de gerechtigde en de adviserend arts een re-integratieplan gericht op sociaalprofessionele re-integratie op. Dit plan bevat minstens de doelstellingen van het plan, het eindresultaat dat wordt nagestreefd, één concrete actie en één concrete afspraak voor een volgend opvolggesprek.

De "Terug Naar Werk-coördinator" en de adviserend arts kunnen in voorkomend geval en mits de toestemming van de gerechtigde overleggen met andere bij het traject betrokken partijen, meer bepaald de behandelend arts, de therapeutische begeleider, de werkgever, de begeleider van de diensten en instellingen van de Gewesten en de Gemeenschappen die deelnemen aan de socioprofessionele re-integratie of andere dienstverleners.

De "Terug Naar Werk-coördinator" registreert de doelstellingen, de acties en de afspraken in het kader van het re-integratieplan in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde.

De adviserend arts deelt, met de toestemming van de gerechtigde, de bevindingen van de opvolggesprekken bedoeld in artikel 215quinquiesdecies en de inhoud van het re-integratieplan mee aan de behandelend arts van deze gerechtigde.

Van de in het eerste lid bedoelde verplichting om een re-integratieplan gericht op sociaalprofessionele re-integratie op te maken, kan alleen worden afgeweken om gegronde medische redenen vastgesteld door de adviserend arts.]

Art. 215septiesdecies.

[De "Terug Naar Werk-coördinator" volgt het re-integratieplan gericht op sociaalprofessionele re-integratie via het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde elke drie maanden op, tenzij de elementen van het dossier een andere frequentie of timing rechtvaardigen. In voorkomend geval kan zowel de "Terug Naar Werk-coördinator" als de gerechtigde een nieuw opvolggesprek inplannen om de voortgang van het re-integratieplan te bespreken en de inhoud ervan bij te sturen.

De "Terug Naar Werk-coördinator" verricht deze opvolging in samenwerking met de gerechtigde en, in voorkomend geval, met andere bij het traject betrokken diensten en personen.

De "Terug Naar Werk-coördinator" registreert de verschillende opvolgingsacties, en eventuele aanpassingen aan de inhoud van het re-integratieplan in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde.]


Fichiers annexes

AnnexeEn vigueur le
* Bijlage 01/08/2021
Bijlage 01/10/2014
Bijlage 10/08/1996
* Bijlage -art10 04/12/2018
* Bijlage 2 21/07/2022
Bijlage 2 10/08/1996
* Bijlage 3 10/08/1996
* art10nonies-1 08/03/2010
* art10octies-1 - 10octies-2 08/03/2010
* art122octies-1-122octies-8 01/12/2017
* art122octies-bis 01/01/2023
art122octies-bis 01/05/2017
art122octies-bis 01/06/2015
art122octies-bis 01/01/2008
* art122octiessemel-art122octiesquater 01/04/2017
art122octiessemel-art122octiesquater 01/06/2015
art122octiessemel-art122octiesquater 01/01/2008
* art122quinquies-decies-1-art122122quinquies-decies-3 01/04/2019
art122quinquies-decies-1-art122122quinquies-decies-3 01/01/2019
art122quinquies-decies-1-art122122quinquies-decies-3 19/07/2018
art122quinquies-decies-1-art122122quinquies-decies-3 29/06/2014
* art122tervicies-art122octovicies 01/08/2021
* art189-1 31/12/2015
* art203-1 02/08/2022
art203-1 01/05/2017
* art205-1 02/08/2022
art205-1 01/05/2017
* art206-1 01/05/2017
* art206-1-art206-2 02/08/2022
* art207-1-art207-2 02/08/2022
art207-1-art207-2 01/05/2017
* art212 01/08/2022
art212 22/08/2019
* art213-1 01/07/2021
art213-1 01/01/2021
* art215bis 01/07/2021
art215bis 19/07/2018
art215bis 01/10/2017
* art215octies-art215septiesdecies 01/09/2022
art215octies-art215septiesdecies 01/01/2022
* art215octies-art215sexiesdecies 12/06/2017
art215octies-art215sexiesdecies 01/12/2016
* art237bis-1 01/07/2021
art237bis-1 08/06/2019
* art295quinquies-1-295quinquies-4 16/06/2014
* Verslag aan de Koning 16/08/2013
* rvs 16/08/2013