Koninklijk besluit 3-7-1996

Résumé: Numac tekst: 2020201668

De hierna vermelde bijlagen kan u terugvinden in de tabel met bijlagen die zich onder de inhoudstafel bevindt:
Verlag aan de Koning
Advies Raad van State
Bijlagen 2, 3 en aanvraag inschrijving GVU

Note: Met volledige historiek.

Tekst bijgewerkt tot: B.S. 23-1-2024
Numac: 2023206779


Onderafdeling I. - Accreditering van de artsen

A. Accrediteringsorganen voor artsen

Art. 122bis.

Bij de Dienst voor geneeskundige verzorging worden ingesteld :

- een Nationale raad voor kwaliteitspromotie;

- een Accrediteringsstuurgroep;

- een Technische accrediteringsraad;

- een Paritair comité voor elk specialisme van de geneeskunde;

- een Commissie van beroep.

1. De Nationale raad voor kwaliteitspromotie

Art. 122ter.

§ 1. De Nationale raad voor kwaliteitspromotie is samengesteld uit de volgende vier groepen :

6 werkende en 6 plaatsvervangende leden erkende huisartsen en 6 werkende en 6 plaatsvervangende [artsen-specialisten];

7 werkende en 7 plaatsvervangende leden die de universiteiten vertegenwoordigen en 7 werkende en 7 plaatsvervangende leden die de wetenschappelijke geneeskundige verenigingen vertegenwoordigen;

12 werkende en 12 plaatsvervangende leden die de verzekeringsinstellingen vertegenwoordigen;

3 werkende en 3 plaatsvervangende leden die de Minister bevoegd voor sociale zaken vertegenwoordigen en 3 werkende en 3 plaatsvervangende leden die de Minister bevoegd voor volksgezondheid vertegenwoordigen.

De groepen bedoeld onder 2° en 3° bevatten enkel [artsen] als leden.

§ 2. De leden van de Nationale raad voor kwaliteitspromotie worden benoemd door de Koning :

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 1°, op de voordracht van de representatieve beroepsorganisaties van [artsen];

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 2°, op de voordracht van respectievelijk de universiteiten en de wetenschappelijke geneeskundige verenigingen : waar het gaat om de universiteiten heeft elke universiteit die een volledige opleidingscyclus heeft voor het bekomen van het diploma van doctor in de geneeskunde, recht op één werkend lid en één plaatsvervangend lid;

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 3°, op de voordracht van de verzekeringsinstellingen : iedere verzekeringsinstelling heeft minstens één werkend en één plaatsvervangend lid;

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 4°, op de voordracht van respectievelijk de Minister bevoegd voor sociale zaken en de Minister bevoegd voor volksgezondheid.

De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar.

§ 3. De leden van de Nationale raad voor kwaliteitspromotie kiezen onder de leden van de groep bedoeld in § 1, 1° een voorzitter, en drie ondervoorzitters onder de leden van de drie groepen bedoeld in § 1, 2°, 3° en 4°. Ingeval de voorzitter verhinderd is wordt de zitting afwisselend voorgezeten door één van de drie ondervoorzitters.

§ 4. De Nationale raad voor kwaliteitspromotie :

beheert het evaluatiesysteem "peer review", zijnde een systeem van kritisch onderzoek door artsen van de kwaliteit van hun zorgverstrekking en inzonderheid, wanneer objectieve of op wetenschappelijke consensus gebaseerde criteria van een aanvaardbare en adequate praktijkvoering bestaan, een evaluatie van de performantie ervan met betrekking tot deze criteria, en bepaalt daartoe de onderwerpen en neemt de initiatieven voor de permanente ontwikkeling van de kwaliteit, op basis van informatie, voorstellen aanbevelingen en stimulansen;

ontwikkelt aanbevelingen voor het correct gebruik van het globaal medisch dossier;

ontwikkelt aanbevelingen ter bevordering van het teamwerk en van diverse samenwerkingsverbanden;

3°bis stelt de aanbevelingen vast van goede medische praktijk, bedoeld in artikel 73, § 3, van de gecoördineerde wet, evenals de indicatoren bedoeld in artikel 73, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, en verstrekt feedbackgegevens aan [artsen] en aan lokale kwaliteitsgroepen

neemt kennis van de werkzaamheden van de Accrediteringsstuurgroep bedoeld in artikel 122quater;

geeft kennis van zijn werkzaamheden aan de Accrediteringsstuurgroep.

De Nationale raad voor kwaliteitspromotie vervult de opdrachten bedoeld in 4° en 5° met het oog op de inhoudelijke coördinatie van werkzaamheden.

§ 5. De Nationale raad voor kwaliteitspromotie stelt zijn huishoudelijk reglement vast op grond van de volgende werkingsregels :

de Nationale raad voor kwaliteitspromotie houdt op geldige wijze zitting indien de helft van de stemgerechtigde leden van elke in § 1 vermelde groep aanwezig zijn;

de beslissingen van de Nationale raad voor kwaliteitspromotie zijn aangenomen indien ze door de meerderheid van de aanwezige leden van drie van de vier groepen bedoeld in § 1 worden goedgekeurd; alleen de werkende leden en de plaatsvervangende leden die de afwezige werkende leden vervangen zijn stemgerechtigd;

de Nationale raad voor kwaliteitspromotie bevat een werkgroep huisartsgeneeskunde. De Nationale raad voor kwaliteitspromotie kan andere werkgroepen instellen;

bij het uitoefenen van zijn opdracht bedoeld in § 4, 1°, kan de Nationale raad voor kwaliteitspromotie op conceptueel en implementeringsvlak een beroep doen op de instanties die hij daartoe aanwijst, met inbegrip van de paritaire comités bedoeld in de artikelen 122sexies en 122septies;

de voorzitter roept de Nationale raad voor kwaliteitspromotie zonder uitstel bijeen indien tenminste drie leden schriftelijk vragen een bepaald onderwerp op de agenda te plaatsen.

§ 6. De instantie die het secretariaat waarneemt informeert tegelijkertijd de Minister bevoegd voor sociale zaken en de Minister bevoegd voor volksgezondheid, omtrent de stand van zaken en de vordering van de werkzaamheden van de Nationale raad voor kwaliteitspromotie. Werkdocumenten, adviezen op eigen initiatief of op vraag van één of beide ministers worden telkens aan beide bovengenoemde ministers overgemaakt.

2. De Accrediteringsstuurgroep

Art. 122quater.

§ 1. De Accrediteringsstuurgroep is samengesteld uit de volgende drie groepen :

6 werkende en 6 plaatsvervangende leden erkende huisartsen en 6 werkende en 6 plaatsvervangende [artsen-specialisten];

7 werkende en 7 plaatsvervangende leden die de universiteiten vertegenwoordigen en 7 werkende en 7 plaatsvervangende leden die de wetenschappelijke geneeskundige verenigingen vertegenwoordigen;

12 werkende en 12 plaatsvervangende leden die de verzekeringsinstellingen vertegenwoordigen.

Een [arts], die het Ministerie van Volksgezondheid vertegenwoordigt, maakt met raadgevende stem deel uit van de Accrediteringsstuurgroep.

§ 2. De leden van de Accrediteringsstuurgroep worden benoemd door de Koning :

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 1°, op voordracht van de representatieve beroepsorganisaties van [artsen];

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 2°, op voordracht van respectievelijk de universiteiten en de wetenschappelijke geneeskundige verenigingen : waar het gaat om de universiteiten heeft elke universiteit die een volledige opleidingscyclus heeft voor het bekomen van het diploma van doctor in de geneeskunde, recht op één werkend lid en één plaatsvervangend lid;

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 3°, op voordracht van de verzekeringsinstellingen: om de vertegenwoordiging van de verzekeringsinstellingen vast te stellen wordt rekening gehouden met hun respectieve ledentallen.

De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar.

§ 3. De Accrediteringsstuurgroep omvat een afdeling voor huisartsgeneeskunde en een voor gespecialiseerde geneeskunde, waarbij een minimumaantal zelfde leden van de Stuurgroep zowel in de ene als in de andere afdeling zitting hebben.

De afdelingen kunnen samen vergaderen als de Accrediteringsstuurgroep van oordeel is dat zijn opdrachten zo beter kunnen worden uitgevoerd.

§ 4. De Accrediteringsstuurgroep kiest onder zijn leden een voorzitter en een medevoorzitter voor elk van de twee afdelingen waarin is voorzien in § 3. De oudste voorzitter in jaren van de twee afdelingen zit de Accrediteringsstuurgroep voor.

§ 5. De Accrediteringsstuurgroep :

beheert de uitvoering van de accrediteringsvoorwaarden en procedures;

beheert het systeem van continue opleiding;

erkent de programma's van continue opleiding die hem door de paritaire comités worden voorgelegd of beslist, in voorkomend geval over de waardering en de erkenning van de programma's indien een paritair comité geen voorstellen doet of geen beslissing kan nemen zoals bedoeld in artikel 122septies, § 6, 2°;

superviseert en coördineert de werking van de paritaire comités met betrekking tot de continue opleiding;

geeft kennis van zijn werkzaamheden aan de Nationale raad voor kwaliteitspromotie;

neemt kennis van de werkzaamheden van de Nationale raad voor kwaliteitspromotie zoals bedoeld in artikel 122ter, § 4;

beslist over de accreditering van individuele [artsen].

De opdrachten bedoeld in 5° en 6° worden vervuld met het oog op de inhoudelijke coördinatie van de werkzaamheden, inzonderheid wat betreft het beheer van het systeem van continue opleiding bedoeld in 2°.

§ 6. De Accrediteringsstuurgroep stelt zijn huishoudelijk reglement vast op grond van de volgende werkingsregels :

[de Accrediteringsstuurgroep houdt op geldige wijze zitting indien de helft van de stemgerechtigde leden van elke in § 1 vermelde groep aanwezig zijn; indien deze aanwezigheidsvereiste niet voor elke groep is vervuld worden de geagendeerde punten verdaagd tot de volgende vergadering, waar er kan worden beslist zonder dat aan de aanwezigheidsvereiste is voldaan;]

de beslissingen van de Accrediteringsstuurgroep zijn aangenomen indien ze door de meerderheid van de aanwezige leden van elke groep worden goedgekeurd; alleen de werkende leden en de plaatsvervangende leden die de afwezige werkende leden vervangen zijn stemgerechtigd;

de Accrediteringsstuurgroep kan werkgroepen instellen.

3. De Technische accrediteringsraad

Art. 122quinquies.

§ 1. De Technische accrediteringsraad is samengesteld uit leden van de Accrediteringsstuurgroep en telt telkens vier werkende en vier plaatsvervangende leden aangesteld door elke groep bedoeld in artikel 122quater, § 1.

§ 2. De leden van de Technische accrediteringsraad kiezen onderling bij meerderheid van stemmen een voorzitter, een ondervoorzitter en een secretaris, met inachtname van de voorwaarde dat elk van de drie samenstellende groepen is vertegenwoordigd.

§ 3. De Technische accrediteringsraad geeft adviezen en werkt voorstellen uit over elke vraag die de Accrediteringsstuurgroep hem voorlegt in verband met zijn opdrachten bedoeld in artikel 122quater, § 5.

§ 4. De Technische accrediteringsraad maakt zijn huishoudelijk reglement op op grond van de volgende werkingsregels :

de Technische accrediteringsraad houdt op geldige wijze zitting indien ten minste de helft van de effectieve of plaatsvervangende leden aanwezig is en tenminste elke groep vertegenwoordigd is. De werkzaamheden worden geleid door de voorzitter of, als de voorzitter verhinderd is, door de ondervoorzitter. Als de voorzitter en de ondervoorzitter afwezig zijn wordt de vergadering voorgezeten door het oudste lid in leeftijd;

uitsluitend een werkend lid is stemgerechtigd en een plaatsvervangend lid is stemgerechtigd indien het werkend lid dat hij vervangt niet aanwezig is. De beslissingen worden in principe genomen via consensus. Indien er geen consensus wordt bereikt, worden de meningen per groep genotuleerd;

de Technische accrediteringsraad kan op unaniem voorstel van de voorzitter, de ondervoorzitter en de secretaris of op voorstel van de meerderheid van de leden met instemming van de voorzitter, de ondervoorzitter en de secretaris, en met het oog op de behandeling van bijzondere technische problemen ieder persoon van wie hij oordeelt dat hij hem kan voorlichten, voor de vergadering oproepen;

de Technische accrediteringsraad kan in zijn schoot werkgroepen instellen die hij belast met een voorafgaand onderzoek van een probleem. In de werkgroep zijn de drie groepen vertegenwoordigd. Elke werkgroep wordt voorgezeten door een lid van de Technische accrediteringsraad dat is aangeduid door de voorzitter, de ondervoorzitter en de secretaris. Elke werkgroep mag de deskundigen horen die het nodig acht mits instemming van de Technische accrediteringsraad.

4. De paritaire comités

Art. 122sexies.

Bij de Dienst voor geneeskundige verzorging worden paritaire comités ingesteld voor :

- huisartsgeneeskunde;

- anesthesiologie-reanimatie;

- heelkunde;

- neurochirurgie;

- plastische heelkunde;

- gynecologie en verloskunde;

- oftalmologie;

- otorhinolaryngologie;

- urologie;

- orthopedie;

- stomatologie;

- dermato-venerologie;

- inwendige geneeskunde;

- pneumologie;

- gastro-enterologie;

- kindergeneeskunde;

- cardiologie;

- neurologie;

- psychiatrie;

- reumatologie;

- fysische geneeskunde;

- klinische biologie;

- röntgendiagnose;

- radiotherapie;

- nucleaire geneeskunde;

- pathologische anatomie;

[- urgentiegeneeskunde en acute geneeskunde;]

[- geriatrie;]

[- medische oncologie.]

Art. 122septies.

§ 1. Het paritair comité voor de huisartsgeneeskunde is samengesteld uit de volgende twee groepen :

vierentwintig leden die de representatieve beroepsorganisaties van [artsen] vertegenwoordigen;

vierentwintig leden die de universiteiten, de wetenschappelijke verenigingen en de kringen voor continue opleiding vertegenwoordigen.

Alle andere paritaire comités zijn samengesteld uit de volgende twee groepen :

twaalf werkende en twaalf plaatsvervangende leden die de representatieve beroepsorganisaties van [artsen] vertegenwoordigen;

twaalf werkende en twaalf plaatsvervangende leden die de universiteiten, de wetenschappelijke geneeskundige verenigingen en de kringen voor continue opleiding vertegenwoordigen.

De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar.

§ 2. Het paritair comité voor de huisartsgeneeskunde bevat enkel erkende huisartsen als leden; de andere paritaire comités bevatten enkel [artsen-specialisten] als leden.

§ 3. De leden van de paritaire comités worden benoemd door de Koning :

wat betreft de leden bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, en § 1, tweede lid, 1°, op de voordracht van de representatieve beroepsorganisaties van [artsen];

wat betreft de leden bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, en § 1, tweede lid, 2°, op de voordracht van de universiteiten, de wetenschappelijke geneeskundige verenigingen en de kringen voor continue opleiding.

§ 4. De leden van elk paritair comité kiezen onder de leden van de groepen bedoeld in § 1 een voorzitter, een ondervoorzitter en een secretaris.

§ 5. De paritaire comités, elk wat betreft hun specialisme :

leggen de opgemaakte of aanvaarde programma's van continue opleiding, samen met de waardebepaling ervan, ter erkenning voor aan de Accrediteringsstuurgroep bedoeld in artikel 122quater;

houden toezicht op de uitvoering van de continue opleiding, onder supervisie van de Accrediteringsstuurgroep;

voeren desgevallend de opdracht uit inzake het evaluatiesysteem "peer review", zoals omschreven in artikel 122ter, § 4, 1°, onder de supervisie van de Nationale raad voor kwaliteitspromotie.

§ 6. De paritaire comités stellen wat betreft hun opdracht bedoeld in § 5, 1° en 2°, hun huishoudelijk reglement vast op grond van de volgende werkingsregels :

[de paritaire comités houden op geldige wijze zitting indien de helft van de stemgerechtigde leden van elke in § 1 vermelde groep aanwezig zijn; indien deze aanwezigheidsvereiste niet voor elke groep is vervuld worden de geagendeerde punten verdaagd tot de volgende vergadering, waar er kan worden beslist zonder dat aan de aanwezigheidsvereiste is voldaan;]

de beslissingen van de paritaire comités zijn aangenomen indien ze door de meerderheid van de aanwezige leden van elke groep worden goedgekeurd; in de paritaire comités bedoeld in § 1, tweede lid, zijn alleen de werkende leden en de plaatsvervangende leden die de afwezige werkende leden vervangen stemgerechtigd;

elk paritair comité kan werkgroepen oprichten, eventueel opgesplitst per regio, en de leden ervan aanstellen : de samenstelling van elke werkgroep is een emanatie van het paritair comité dat hem opricht.

5. De Commissie van beroep

Art. 122octies.

§ 1. De Commissie van beroep is samengesteld uit de volgende groepen :

4 werkende en 4 plaatsvervangende leden die de representatieve beroepsorganisaties van [artsen] vertegenwoordigen;

4 werkende en 4 plaatsvervangende leden die de universiteiten en de wetenschappelijke geneeskundige verenigingen vertegenwoordigen;

4 werkende en 4 plaatsvervangende leden die de verzekeringsinstellingen vertegenwoordigen;

De groep bedoeld in 1° telt twee werkende en twee plaatsvervangende leden erkende huisartsen en twee werkende en twee plaatsvervangende leden [artsen-specialisten].

De leden van de Commissie van beroep mogen geen lid zijn van de Nationale commissie [artsen-ziekenfondsen] of van de Accrediteringsstuurgroep.

De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar.

§ 2. De leden van de Commissie van beroep worden benoemd door de Koning:

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 1°, op voordracht van de representatieve beroepsorganisaties van [artsen];

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 2°, op voordracht van de universiteiten en de wetenschappelijke geneeskundige verenigingen;

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 3°, op voordracht van de verzekeringsinstellingen.

§ 3. De Commissie van beroep kiest een voorzitter onder de leden van een van de groepen bedoeld in § 1 en twee ondervoorzitters onder de leden van de twee andere groepen bedoeld in dezelfde bepaling. Ingeval de voorzitter verhinderd is wordt de zitting afwisselend voorgezeten door één van de twee ondervoorzitters.

§ 4. De Commissie van beroep onderzoekt en beslist over het beroep dat bij haar kan worden ingesteld door individuele [artsen] tegen de hen betreffende beslissingen getroffen door de Accrediteringsstuurgroep in uitvoering van zijn opdracht bedoeld in artikel 122quater, § 5, 7°.

§ 5. De Commissie van beroep stelt haar huishoudelijk reglement vast op grond van de volgende werkingsregels :

het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid bij de Commissie van beroep ingediend met een per post aangetekende brief binnen zestig dagen te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving van de beslissing van de Accrediteringsstuurgroep. Indien de termijn verstrijkt op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, wordt hij verlengd tot de volgende werkdag;

het beroepschrift bevat :

- alle motieven en alle stukken die worden aangevoerd tegen de beslissing;

- een kopie van de kennisgeving van de beslissing;

de Commissie van beroep vergadert geldig indien vier werkende of plaatsvervangende leden van elke in § 1 vermelde groep aanwezig zijn;

indien de aanwezigheidsvereiste bedoeld in de eerste alinea niet is vervuld, worden de geagendeerde punten verdaagd tot de volgende vergadering;

alleen de werkende leden en de plaatsvervangende leden die de afwezige werkende leden vervangen zijn stemgerechtigd;

de hele procedure voor de Commissie van beroep verloopt schriftelijk. Ter zitting onderzoekt de Commissie van Beroep alle stukken. Ze beraadslaagt met gesloten deuren en haar beraadslagingen zijn geheim;

over elke ontvankelijk beroepschrift wordt gestemd. Een beroepschrift kan enkel gegrond worden verklaard door een meerderheid van de leden van de Commissie van beroep. In alle andere gevallen is het beroepschrift ongegrond.

B. Voorwaarden en procedures voor de individuele accreditering van de arts

Art. 122octies/1.

§ 1. [Teneinde voor accreditering in aanmerking te komen dient elke arts :

1) zijn hoofdactiviteit in België uit te oefenen;

2) erkend te zijn als huisarts of arts-specialist;

3) een navorming volgen;

4) zijn volledige medewerking te verlenen aan initiatieven tot kwaliteitsevaluatie georganiseerd voor de betrokken discipline door de ambtsgenoten en minimaal te zijn ingeschreven in een lokale kwaliteitsgroep bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut van ziekte- en invaliditeitsverzekering;

5) tijdens het voorgaande kalenderjaar een activiteitsdrempel te hebben bereikt, zoals vastgesteld door de minister op voorstel van de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen. Deze voorwaarde geldt niet voor artsen tijdens de eerste vier praktijkjaren;

6) De continuïteit van de verzorging te verzekeren overeenkomstig de bepalingen van de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015.

Daarenboven dient elke huisarts

7) een medisch dossier per patiënt bij te houden en alle gegevens van dat dossier die nuttig zijn voor het vaststellen van de diagnose en van de behandeling, met toestemming van de patiënt uit te wisselen met elke andere arts die door de patiënt wordt geraadpleegd en/of die hem verzorgt.

Daarenboven dient elke arts-specialist

8) met toestemming van de patiënt alle nuttige medische gegevens inzake diagnose en behandeling per patiëntendossier aan de huisarts die door de patiënt wordt geraadpleegd en/of die hem verzorgt, mee te delen en met hem uit te wisselen.

§ 2 . De in § 1 voorgeschreven voorwaarden blijven van toepassing gedurende periodes van accreditering. Een arts die niet meer aan deze voorwaarden voldoet, verliest met ingang van de maand volgend op de maand waarin de niet meer aan de voorwaarden is voldaan de accreditering en het recht daarop.

§ 3. De modaliteiten tot vaststelling en verificatie van de in § 1 voorgeschreven voorwaarden worden vastgelegd door de minister op voorstel van de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen.]

Art. 122octies/2.

[ De arts dient de aanvraag tot accreditering in bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut van ziekte- en invaliditeitsverzekering, Afdeling relaties met de artsen, overeenkomstig de voorwaarden vastgelegd door de minister op voorstel van de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen.

Elke aanvraag wordt voorzien van de nodige bewijsstukken, overeenkomstig de voorwaarden vastgelegd door de minister op voorstel van de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen.

Middels deze aanvraag verbindt de arts zich ertoe te voldoen en te blijven voldoen aan de voorwaarden opgesomd in artikel122octies/1 § 1. Daarenboven verbindt de arts zich ertoe te voldoen aan de navormingsvoorwaarden voorgeschreven in artikel122octies/4.]

Art. 122octies/3.

[Een accreditering kan worden toegekend voor een periode van één of meerdere accrediteringsjaren. Deze accrediteringsjaren vangen steeds aan op de eerste dag van een maand.

Elke accrediteringsperiode is opgebouwd uit één of meerdere referentieperiodes van 12 maanden. Deze referentieperiodes vangen aan 2 maanden voor het begin van de accrediteringsjaren voornoemd in het eerste lid en eindigen 2 maanden voor het einde van de accrediteringsjaren voornoemd in het eerste lid.]

Art. 122octies/4.

[Tijdens elke referentieperiode rust op de arts de verplichting zich bij te scholen. De modaliteiten en voorwaarden van deze navorming worden vastgelegd door de minister op voorstel van de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen. De navorming omvat ten minste de verplichting tot het verwerven van 20 credit points waaronder 3 credit points in het deelgebied ethiek en economie en 2 deelnames aan de vergaderingen van de lokale evaluatiegroep van de medische kwaliteit waarbij men is ingeschreven per referentieperiode van 12 maanden zoals bepaald in artikel122 octies/3.]

Art. 122octies/5.

§ 1. [Artsen kunnen een accrediteringsaanvraag voor de aanvang van hun activiteitindienen vanaf de dag dat hun erkenning tot huisarts of arts-specialist bij de bevoegde overheid is aangevraagd en tot drie maanden na de dag waarop deze erkenning is uitgevaardigd.

De vervaldag is in de termijn begrepen. Is die dag echter een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst op de eerstvolgende werkdag.

De artsen, die op het moment van hun erkenning of binnen de drie maanden na hun erkenning een opleiding volgen die bij hun specialisme aansluit, of naar het buitenland vertrekken om er geneeskunde te beoefenen kunnen aan het einde van die bijkomende opleiding of van die beroepsactiviteit in het buitenland de accreditering voor de aanvang van hun activiteitbekomen indien zij uiterlijk binnen de drie maanden na aanvang van hun activiteit in de verplichte ziekteverzekering een bewijs indienen van hun periode van bijkomende opleiding respectievelijk hun activiteit in het buitenland en tevens de voormelde startersaanvraag indienen.

De periode van de accreditering voor de aanvang van hun activiteit bedraagt één accrediteringsjaar en vangt aan op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de Dienst zowel de aanvraag tot accreditering als het erkenningsbesluit heeft ontvangen.

In de gevallen bepaald in § 1 lid 3 vangt de accreditering voor de aanvang van hun activiteitmits goedkeuring van de Accrediteringsstuurgroep ten laatste aan op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de ontvangst van de conforme aanvraag.

§ 2. Artsen die zich niet bevinden in de aanvangsperiode van hun activiteit in de zin van paragraaf 1 worden beschouwd als gevestigde artsen.

Gevestigde artsen kunnen een eerste accreditering verkrijgen mits is voldaan aan de voorwaarden van artikel122octies/1 § 1 en gedurende de periode van twaalf maanden die aan de aanvraag vooraf gaat een navorming werd gevolgd gelijk aan deze als gespecificeerd in artikel122octies/4.

De accreditering voor gevestigde artsen wordt toegekend voor een periode van drie accrediteringsjaren en vangt mits goedkeuring van de Accrediteringsstuurgroep ten laatste aan op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin de Dienst een conforme aanvraag heeft ontvangen.

§ 3. De verlenging van een bestaande accreditering kan worden verkregen op voorwaarde dat is voldaan aan de voorwaarden van artikel122octies/1 § 1 en gedurende de referentieperiode(n) van de te verlengen accrediteringsperiode werd voldaan aan de voorwaarden van artikel122octies/4.

Een aanvraag tot verlenging moet ten laatste 2 maanden vóór het verstrijken van de lopende accrediteringsperiode worden ingediend.

De verlenging wordt toegekend voor een periode van drie accrediteringsjaren en vangt mits goedkeuring van de Accrediteringsstuurgroep ten laatste aan op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin de Dienst een conforme aanvraag heeft ontvangen en ten vroegste na afloop van de voorafgaande accrediteringsperiode.

§ 4. Een hernieuwing van accreditering kan worden toegekend aan artsen aan welke voorheen een accreditering werd toegekend welke reeds is afgelopen of welke aflopen zal in een periode minder dan 2 maanden na de indiening van de aanvraag, mits is voldaan aan de voorwaarden van artikel122octies/1 § 1 en mits gedurende de referentieperiode(n) van de af te lopen of afgelopen accrediteringsperiode werd voldaan aan de voorwaarden van artikel122octies/4.

De hernieuwing wordt toegekend voor een periode van drie accrediteringsjaren en vangt mits goedkeuring van de Accrediteringsstuurgroep ten laatste aan op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin de Dienst een conforme aanvraag heeft ontvangen en ten vroegste na afloop van de voorafgaande accrediteringsperiode.

In uitzondering op lid 1 kan een hernieuwing worden toegekend indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel122octies/4 gedurende de referentieperiode(n) van de af te lopen of afgelopen accrediteringsperiode mits de arts niet in een periode verkeert waarin deze van het recht op accreditering vervallen is verklaard overeenkomstig artikel122octies/7 en mits deze in de periode van twaalf maanden die aan de aanvraag vooraf gaat een navorming heeft gevolgd gelijk aan deze als gespecificeerd in artikel.122octies/4.

In dergelijk geval wordt de hernieuwing toegekend voor een periode van één accrediteringsjaar en vangt mits goedkeuring van de Accrediteringsstuurgroep ten laatste aan op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin de Dienst een conforme aanvraag heeft ontvangen en ten vroegste na afloop van de voorafgaande accrediteringsperiode.

Elk beroep voorgelegd aan het orgaan gepreciseerd in artikel122octies wordt beschouwd als een aanvraag tot een hernieuwing van accreditering waarvan de modaliteiten inclusief de eventuele periode van accreditering naar redelijkheid en billijkheid wordt vastgesteld door dit orgaan.

§ 5. Artsen die die al op pensioen gesteld zijn of een aanvraag tot oppensioenstelling hebben ingediend, kunnen een aanvraag tot verlenging of hernieuwing van hun accreditering indienen binnen het kader van een einde loopbaanregime.

De verlenging of de hernieuwing van een accreditering, bedoeld in het eerste lid kan worden verkregen mits is voldaan aan de voorwaarden van artikel122octies/1 § 1 behoudens de voorwaarde inzake activiteitsdrempel en gedurende de referentieperiode(n) van de afgelopen of af te lopen te verlengen accrediteringsperiode wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel122octies/4.

In uitzondering op het voorgaande lid kan een hernieuwing worden toegekend indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel122octies/4 gedurende de referentieperiode(n) van de af te lopen of afgelopen accrediteringsperiode mits de arts niet in een periode verkeert waarin deze van het recht op accreditering vervallen is verklaard overeenkomstig artikel122octies/7 en mits deze in de periode van twaalf maanden die aan de aanvraag vooraf gaat een navorming heeft gevolgd gelijk aan deze als gespecificeerd in artikel122octies/4.

De aanvraag tot verlenging binnen het kader van een einde loopbaanregime moet ten laatste 2 maanden vóór het verstrijken van de lopende accrediteringsperiode worden ingediend en kan worden herhaald.

De verlenging of hernieuwing bedoeld in het eerste lid wordt toegekend voor een periode van één accrediteringsjaar en vangt mits goedkeuring van de Accrediteringsstuurgroep ten laatste aan op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin de Dienst een conforme aanvraag heeft ontvangen en ten vroegste na afloop van de voorafgaande accrediteringsperiode.]

Art. 122octies/6.

[De perioden gedefinieerd overeenkomstig artikel122octies/5 en/of de voorwaarden gepreciseerd in de artikelen 122octies/1 en 122octies/4 kunnen worden geschorst door een of meerdere periode(n) van gevallen van overmacht, exclusieve beroepsactiviteit in het in het buitenland of bijkomende opleiding in het buitenland en andere schorsende omstandigheden overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten vastgelegd door de minister op voorstel van de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen.

De arts die zich op schorsende omstandigheden wenst te beroepen dient op straffe van verval de Dienst hiervan voorafgaandelijk op de hoogte te stellen voor zover deze omstandigheden voorzienbaar zijn.]

Art. 122octies/7.

[Artsen waarvan wordt vastgesteld dat zij tijdens hun laatst toegekende accrediteringsperiode niet hebben voldaan aan de voorwaarden als neergelegd in artikel122octies/1 § 1 en artikel122octies/4 kunnen van het recht om voor accreditering in aanmerking te komen worden vervallen verklaard voor zoveel perioden van twaalf maanden als het aantal accrediteringsjaren waarin niet aan deze voorwaarden werd voldaan.

Deze vervallenverklaring neemt een aanvang op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de laatst toegekende accrediteringsperiode een eind heeft genomen en kan retroactief worden vastgesteld zonder afbreuk te doen aan verworven rechten.]

Art. 122octies/8.

[De beslissingen van de Accrediteringsstuurgroep betreffende de individuele accreditering van de artsen zijn gemotiveerd. Zij kunnen namelijk een volledig of gedeeltelijke accreditering omvatten, een schorsing, een weigering of een vervallenverklaring. Zij kunnen gepaard gaan met voorwaarden, in het bijzonder de voorwaarde dat de arts de onverschuldigde uitbetaalde accrediteringsforfaits terugbetaalt. Het Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering is belast met de recuperatie van de onverschuldigde bedragen.]

Onderafdeling 2. Accrediteringsorganen voor tandheelkundigen

Art. 122octiessemel.

[Bij de Dienst voor geneeskundige verzorging worden ingesteld :

- een Stuurgroep kwaliteitspromotie tandheelkunde;

- een Evaluatiecommissie tandheelkunde;

- een Commissie van beroep tandheelkunde.]

1. De Stuurgroep kwaliteitspromotie tandheelkunde

Art. 122octies bis.

§ 1. [De Stuurgroep kwaliteitspromotie tandheelkunde, hierna Stuurgroep genoemd, is samengesteld uit :

6 werkende en 6 plaatsvervangende leden, vertegenwoordigers van de representatieve beroepsorganisaties van tandheelkundigen;

6 werkende en 6 plaatsvervangende leden, vertegenwoordigers van de verzekeringsinstellingen;

6 werkende en 6 plaatsvervangende leden, vertegenwoordigers van de universiteiten.

De leden bedoeld onder 1° en 3° zijn tandheelkundigen.

Een vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid maakt met raadgevende stem deel uit van de Stuurgroep.

§ 2. De leden van de Stuurgroep worden benoemd door de Koning :

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 1°, op de voordracht van de representatieve beroepsorganisaties van tandheelkundigen;

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 2°, op de voordracht van de verzekeringsinstellingen : om de vertegenwoordiging van de verzekeringsinstellingen vast te stellen wordt rekening gehouden met hun respectieve ledentallen;

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 3°, op de voordracht van de universiteiten die een volledige opleidingscyclus hebben voor het bekomen van het diploma van tandarts.

De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar.

§ 3. De leden van de Stuurgroep kiezen onder de leden van de groep bedoeld in § 1, 1° een voorzitter en onder zijn leden bedoeld in § 1, 2° en 3° telkens een ondervoorzitter. Ingeval de voorzitter verhinderd is wordt de zitting afwisselend voorgezeten door één van de twee ondervoorzitters.

§ 4. De Stuurgroep :

beheert de uitvoering van de accrediteringsvoorwaarden en procedures op basis van de volgende principes :

a) bijscholing. Om te worden geaccrediteerd en te blijven moet jaarlijks een minimum hoeveelheid bijscholing worden gevolgd. Deze bijscholing verloopt in cycli van 5 jaar. Alle bijscholingsactiviteiten worden ingedeeld in deelgebieden die het volledige domein van de tandheelkunde bestrijken. Deze worden door de Stuurgroep vastgelegd en moeten in de loop van de vijfjarencyclus worden doorlopen. De hoeveelheid bijscholing en de waardering ervan wordt bepaald door middel van een puntensysteem (accrediteringseenheden);

b) intercollegiale evaluatie van de praktijk of peer review. Het beroep organiseert debatontmoetingen met als doel het verbeteren van de kwaliteit van de zorgverlening aan de patiënt, door uitwisseling van praktische kennis en ervaring onder collegae. Om te worden geaccrediteerd en te blijven volgen de tandheelkundigen jaarlijks minstens 2 sessies;

c) dataregistratie. Om te worden geaccrediteerd en te blijven, moet de tandheelkundige bereid zijn om mee te werken aan dataregistratie met betrekking tot de tandheelkundige praktijk. Deze dataregistratie bestaat uit een gerichte, en dus in de tijd beperkte gegevensinzameling waarbij per onderwerp slechts een beperkt aantal geaccrediteerde tandheelkundigen wordt betrokken. Die gegevens hebben tot doel instrumenten aan te reiken voor het bepalen van het concrete beleid inzake mondverzorging in de Nationale commissie tandheelkundigen ziekenfondsen en in de Technische tandheelkundige raad.

De verwerking van de gegevens en de analyse van de resultaten worden verricht onder de verantwoordelijkheid van het RIZIV;

d) drempelactiviteit. Om te worden geaccrediteerd en te blijven, dient de tandheelkundige in de loop van een kalenderjaar minimum 300 prestaties te hebben verricht in het kader van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging. Voor tandheelkundigen die pas afgestudeerd zijn gelden bijzondere voorwaarden betreffende de drempelactiviteit;

e) praktijkregister. Indien de accreditering voor de eerste maal gebeurt of de praktijkgegevens zijn veranderd dient de tandheelkundige een aantal gegevens over zijn praktijk mee te delen. Enkel de tandheelkundigen die werken in één of meerdere praktijken die wettelijk in orde zijn komen in aanmerking voor accreditering;

erkent, op advies van de Evaluatiecommissie tandheelkunde, de organisatoren van bijscholingsactiviteiten. Om te worden erkend en erkend te blijven dient de organisator van bijscholingsactiviteiten aan de volgende voorwaarden te voldoen :

a) de organisator van bijscholingsactiviteiten mag " niet commercieel " zijn. Dit betekent dat de cursussen niet mogen worden georganiseerd voor commerciële doeleinden. De Stuurgroep waakt over de naleving van deze voorwaarde aan de hand van specifieke criteria die door de Stuurgroep worden bepaald in het Werkingsreglement betreffende de organisatoren van bijscholingsactiviteiten en peer review-sessies;

b) de organisator staat in voor de evaluatie van de bijscholingsactiviteit en voor de registratie van de deelnemers op de wijze zoals bepaald door de Stuurgroep in het Werkingsreglement betreffende de organisatoren van bijscholingsactiviteiten en peer review-sessies;

c) elke organisator aanvaardt het Werkingsreglement betreffende de organisatoren van bijscholingsactiviteiten en peer review-sessies;

c) elke organisator aanvaardt het Werkingsreglement betreffende de organisatoren van bijscholingsactiviteiten en peer review-sessies;

c) elke organisator aanvaardt het Werkingsreglement betreffende de organisatoren van bijscholingsactiviteiten en peer review-sessies;

c) elke organisator aanvaardt het Werkingsreglement betreffende de organisatoren van bijscholingsactiviteiten en peer review-sessies;

d) de erkenning als organisator vervalt automatisch indien een organisator gedurende een kalenderjaar geen enkele activiteit in het kader van de accreditering organiseert;

erkent de organisatoren van peer review-sessies. Om te worden erkend en erkend te blijven dient de organisator van peer review-sessies aan de volgende voorwaarden te voldoen :

a) de organisator is een tandheelkundige die het tweede jaar voor zijn aanvraag geaccrediteerd was;

b) de organisator staat, voor minstens een periode van 1 jaar, in voor de administratie en organisatie van peer review-sessies, op de wijze zoals bepaald door de Stuurgroep in het Werkingsreglement betreffende de organisatoren van bijscholingsactiviteiten en peer review-sessies;

bewaakt op permanente wijze de naleving van de vastgelegde voorwaarden voor een organisator van bijscholingsactiviteiten, zoals bepaald in 2° en voor een organisator van peer review-sessies, zoals bepaald in 3°. Het niet naleven van deze voorwaarden kan door de Stuurgroep gesanctioneerd worden met ofwel een waarschuwing ofwel een schorsing als organisator van minimum 6 maanden en maximum 5 jaar. In geval van een schorsing beslist de Stuurgroep over de lengte en inwerkingtreding van de schorsing.

Indien de Stuurgroep beslist tot verdere gevolggeving brengt hij de betrokken organisator hiervan op de hoogte door middel van een aangetekende brief. Deze brief omvat een uittreksel van het goedgekeurde verslag van de betreffende vergadering, een overzicht van de mogelijke sancties en de vraag om schriftelijk te reageren binnen een door de Stuurgroep te bepalen termijn.

Na ontvangst van het schriftelijk verweer van de betrokken organisator of indien de betrokken organisator heeft nagelaten te reageren binnen de door de Stuurgroep bepaalde termijn, beslist de Stuurgroep over het al dan niet sanctioneren van de organisator en in geval van sanctionering over de aard en de inwerkingtreding van de sanctie.

De Stuurgroep brengt haar beslissing per aangetekende brief ter kennis van de organisator. De kennisgeving bevat een uittreksel van het goedgekeurde verslag van de betreffende vergaderingen, een expliciete vermelding van de uitgesproken sanctie alsmede de inwerkingtreding van deze sanctie en de mogelijkheid tot het indienen van een verzoekschrift bij de Raad van State;

bepaalt de voorwaarden waaraan de bijscholingsactiviteiten dienen te voldoen en erkent de bijscholingsactiviteiten op gemotiveerd advies van de Evaluatiecommissie tandheelkunde.

Binnenlandse bijscholingsactiviteiten kunnen door de Stuurgroep erkend worden. Dit gebeurt per voorafgaandelijke aanvraag door de organisator via een formulier waarvan het model wordt vastgelegd door de Stuurgroep.

Buitenlandse bijscholingsactiviteiten kunnen door de Stuurgroep erkend worden. Dit gebeurt per voorafgaandelijke aanvraag door de tandheelkundige, via een formulier waarvan het model wordt vastgelegd door de Stuurgroep en het opmaken nadien van een persoonlijk verslag van de desbetreffende activiteit;

accrediteert de aanvragende tandheelkundigen voor wie is vastgesteld dat zij aan de gestelde voorwaarden voldoen.

Hiertoe dient de tandheelkundige vóór 31 maart van elk jaar zijn individueel aanwezigheidsblad op te sturen naar de Stuurgroep kwaliteitspromotie tandheelkunde, Tervurenlaan 211, 1150 Brussel.

Na het ontvangen van het individueel aanwezigheidsblad zal de Stuurgroep beslissen over de individuele accreditering.

Indien de Stuurgroep de accreditering niet toekent en de tandheelkundige niet akkoord kan gaan met deze beslissing, kan hij hiertegen volgens de procedure voorzien in art. 122octies quater, § 5, beroep aantekenen bij de Commissie van Beroep.

kan voorstellen overmaken aan de Nationale commissie tandheelkundigen-ziekenfondsen betreffende het definiëren van de inhoud en de aanwending van een tandheelkundig dossier.

§ 5. De Stuurgroep stelt zijn huishoudelijk reglement vast op grond van de volgende werkingsregels :

de Stuurgroep houdt op geldige wijze zitting indien de helft van de stemgerechtigde leden van elke in § 1 vermelde groep aanwezig zijn.

Indien de aanwezigheidsvereiste, bedoeld in de vorige alinea, niet voor elke groep is vervuld worden de geagendeerde punten verdaagd tot de volgende vergadering, waar er overeenkomstig § 5, 2°, alinea 3 kan beslist worden zonder dat aan de aanwezigheidsvereiste is voldaan;

de beslissingen in de Stuurgroep zijn verworven indien ze door de meerderheid van de aanwezige leden van elke groep worden goedgekeurd. Alleen de werkende leden en de plaatsvervangende leden die de afwezige werkende leden vervangen en met hun instemming, zijn stemgerechtigd;

Indien een voorstel de meerderheid, bedoeld in de vorige alinea, niet behaalt, wordt een nieuw voorstel ter stemming voorgelegd.

In de situatie bedoeld in § 5, 1°, alinea 2 zijn de beslissingen verworven indien ze worden goedgekeurd door de meerderheid van de aanwezige leden van elke groep die aan de aanwezigheidsvereiste, bedoeld in § 5, 1°, alinea 1, voldoet.]

2. De Evaluatiecommissie tandheelkunde

Art. 122octiester.

§ 1. [De Evaluatiecommissie tandheelkunde is samengesteld uit :

2 werkende en 2 plaatsvervangende leden, vertegenwoordigers van de representatieve beroepsorganisaties van tandheelkundigen;

2 werkende en 2 plaatsvervangende leden, vertegenwoordigers van de verzekeringsinstellingen;

2 werkende en 2 plaatsvervangende leden, vertegenwoordigers van de universiteiten.

De leden bedoeld onder 1° en 3° zijn tandheelkundigen.

§ 2. De leden van de Evaluatiecommissie tandheelkunde worden aangesteld door de Stuurgroep :

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 1°, op de voordracht van de representatieve beroepsorganisaties van tandheelkundigen die vertegenwoordigd zijn in de Stuurgroep;

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 2°, op de voordracht van de verzekeringsinstellingen die vertegenwoordigd zijn in de Stuurgroep;

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 3°, op de voordracht van de universiteit die zij vertegenwoordigen.

§ 3. De leden van de Evaluatiecommissie tandheelkunde kiezen onder de leden van de groep bedoeld in § 1, 3° een voorzitter en een ondervoorzitter.

§ 4. De Evaluatiecommissie tandheelkunde :

adviseert de Stuurgroep over de erkenning van de organisator van een bijscholingsactiviteit volgens de voorwaarden bepaald door de Stuurgroep zoals voorzien in art. 122octies bis, § 4, 2°;

adviseert de Stuurgroep over de erkenning van elke bijscholingsactiviteit waarvoor een organisator accrediteringseenheden aanvraagt, volgens de voorwaarden bepaald door de Stuurgroep zoals voorzien in art. 122octies bis, § 4, 4°;

§ 5. De adviezen van de Evaluatiecommissie tandheelkunde worden overgemaakt aan de Stuurgroep :

als eensluidend advies indien :

a) er een unaniem advies is van de 3 fracties van de Evaluatiecommissie tandheelkunde;

b) er een unaniem advies is van twee van de drie fracties, waaronder de universiteiten.

als verdeeld advies in de andere gevallen.

De Stuurgroep zal het verdeeld advies bespreken en eventueel voor een tweede behandeling terugsturen naar de Evaluatiecommissie.]

3. De Commissie van beroep tandheelkunde

Art. 122octiesquater.

§ 1. [De Commissie van beroep tandheelkunde is samengesteld uit :

2 werkende en 2 plaatsvervangende leden, vertegenwoordigers van de representatieve beroepsorganisaties van tandheelkundigen;

2 werkende en 2 plaatsvervangende leden, vertegenwoordigers van de verzekeringsinstellingen;

2 werkende en 2 plaatsvervangende leden, vertegenwoordigers van de universiteiten.

De leden van de Commissie van beroep mogen geen lid zijn van de Stuurgroep Kwaliteitspromotie, noch van de Evaluatiecommissie tandheelkunde.

De leden bedoeld onder 1° en 3° zijn tandheelkundigen.

§ 2. De leden van de Commissie van beroep tandheelkunde worden benoemd door de Koning :

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 1°, op de voordracht van de representatieve beroepsorganisaties van tandheelkundigen die vertegenwoordigd zijn in de Stuurgroep;

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 2°, op de voordracht van de verzekeringsinstellingen die vertegenwoordigd zijn in de Stuurgroep;

wat betreft de leden bedoeld in § 1, 3°, op de voordracht van de universiteit die zij vertegenwoordigen.

§ 3. De leden van de Commissie van beroep tandheelkunde kiezen een voorzitter onder de leden van de groepen bedoeld in § 1 en twee ondervoorzitters onder de leden van de twee andere groepen bedoeld in dezelfde bepaling. Ingeval de voorzitter verhinderd is wordt de zitting afwisselend voorgezeten door één van de twee ondervoorzitters.

§ 4. De Commissie van beroep tandheelkunde onderzoekt en beslist over het beroep dat bij haar kan worden ingesteld door de tandheelkundigen tegen de hen betreffende beslissingen inzake hun individuele accreditering, getroffen door de Stuurgroep, in uitvoering van zijn opdracht bedoeld in art. 122octies bis, § 4.

§ 5. De Commissie van beroep tandheelkunde stelt haar huishoudelijk reglement vast op grond van de volgende werkingsregels :

het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid bij de Commissie van beroep tandheelkunde ingediend met een per post aangetekende brief binnen dertig dagen te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving van de beslissing van de Stuurgroep. Indien de termijn verstrijkt op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, wordt hij verlengd tot de volgende werkdag;

het beroepschrift bevat :

a) alle motieven en alle stukken die worden aangevoerd tegen de beslissing;

b) een kopie van de kennisgeving van de beslissing;

de Commissie van beroep tandheelkunde vergadert geldig indien twee werkende of plaatsvervangende leden van elke in § 1 vermelde groep aanwezig zijn;

Indien de aanwezigheidsvereiste bedoeld in de vorige alinea niet is vervuld, worden de geagendeerde punten verdaagd tot de volgende vergadering;

Alleen de werkende leden en de plaatsvervangende leden die de afwezige werkende leden vervangen zijn stemgerechtigd;

ter zitting onderzoekt de Commissie van beroep tandheelkunde alle stukken. Ze beraadslaagt met gesloten deuren en haar beraadslagingen zijn geheim;

over elk ontvankelijk beroepsschrift wordt gestemd. Een beroepsschrift kan enkel gegrond worden verklaard door een meerderheid van de leden van de Commissie van beroep tandheelkunde. In alle andere gevallen is het beroepsschrift ongegrond;

elke beslissing wordt gemotiveerd;

de Voorzitter van de Commissie van beroep tandheelkunde waakt erover dat binnen de negentig dagen na indiening van het beroepschrift een beslissing wordt geveld.]


Fichiers annexes

AnnexeEn vigueur le
* Bijlage 01/08/2021
Bijlage 01/10/2014
Bijlage 10/08/1996
* Bijlage -art10 04/12/2018
* Bijlage 2 21/07/2022
Bijlage 2 10/08/1996
* Bijlage 3 10/08/1996
* art10nonies-1 08/03/2010
* art10octies-1 - 10octies-2 08/03/2010
* art122octies-1-122octies-8 01/12/2017
* art122octies-bis 01/01/2023
art122octies-bis 01/05/2017
art122octies-bis 01/06/2015
art122octies-bis 01/01/2008
* art122octiessemel-art122octiesquater 01/04/2017
art122octiessemel-art122octiesquater 01/06/2015
art122octiessemel-art122octiesquater 01/01/2008
* art122quinquies-decies-1-art122122quinquies-decies-3 01/04/2019
art122quinquies-decies-1-art122122quinquies-decies-3 01/01/2019
art122quinquies-decies-1-art122122quinquies-decies-3 19/07/2018
art122quinquies-decies-1-art122122quinquies-decies-3 29/06/2014
* art122tervicies-art122octovicies 01/08/2021
* art189-1 31/12/2015
* art203-1 02/08/2022
art203-1 01/05/2017
* art205-1 02/08/2022
art205-1 01/05/2017
* art206-1 01/05/2017
* art206-1-art206-2 02/08/2022
* art207-1-art207-2 02/08/2022
art207-1-art207-2 01/05/2017
* art212 01/08/2022
art212 22/08/2019
* art213-1 01/07/2021
art213-1 01/01/2021
* art215bis 01/07/2021
art215bis 19/07/2018
art215bis 01/10/2017
* art215octies-art215septiesdecies 01/09/2022
art215octies-art215septiesdecies 01/01/2022
* art215octies-art215sexiesdecies 12/06/2017
art215octies-art215sexiesdecies 01/12/2016
* art237bis-1 01/07/2021
art237bis-1 08/06/2019
* art295quinquies-1-295quinquies-4 16/06/2014
* Verslag aan de Koning 16/08/2013
* rvs 16/08/2013