Wet 31-3-2010: betreffende vergoeding schade als gevolg van gezondheidszorg

Résumé:

Note: Tekst ingevoegd door B.S. 2-4-2010

Deze tekst werd laatst aangepast door: B.S. 30-5-2022 - ed. 1

Numac: 2022032171


HOOFDSTUK 3. - De opdrachten van het Fonds voor de Medische Ongevallen

Art. 6.

Opgeheven bij: Wet 19-3-2013 - B.S. 29-3 - ed. 2 - art. 29

Art. 7.

Opgeheven bij: Wet 19-3-2013 - B.S. 29-3 - ed. 2 - art. 29

Art. 8.

§ 1. Het Fonds heeft als opdracht de vergoeding van de slachtoffers van schade als gevolg van gezondheidszorg of van hun rechthebbenden te organiseren binnen de grenzen van de artikelen 4 en 5.

In het kader van deze opdracht is het Fonds ermee belast:

te bepalen of de schade als gevolg van gezondheidszorg die de patiënt heeft geleden al dan niet aanleiding geeft tot de aansprakelijkheid van een zorgverlener, en de ernst van de schade te beoordelen. Te dien einde, kan het Fonds:

a) aan iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon alle documenten en informatie opvragen die noodzakelijk zijn om de oorzaken, omstandigheden en gevolgen van de schade waarvoor de aanvraag is ingediend te kunnen beoordelen;

b) een beroep doen op gespeciliseerde beroepsbeoefenaars om verduidelijking te krijgen omtrent een specifiek domein van gezondheidszorg;

vast te stellen of de burgerlijke aansprakelijkheid van de zorgverlener die de schade heeft veroorzaakt daadwerkelijk en voldoende is gedekt door een verzekering;

wanneer het oordeelt dat de schade voldoet aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 4 en 5, de patiënt of zijn rechthebbenden te vergoeden;

wanneer het oordeelt dat de schade is veroorzaakt door een feit dat aanleiding geeft tot de aansprakelijkheid van een zorgverlener, de zorgverlener of diens verzekeraar te verzoeken een voorstel te doen tot vergoeding van de patiënt of zijn rechthebbenden;

op verzoek van de patiënt of zijn rechthebbenden, van een zorgverlener of zijn verzekeraar, een bemiddeling te organiseren overeenkomstig de artikelen 1724 tot 1733 van het Gerechtelijk Wetboek. Het Fonds kan in voorkomend geval partij zijn aan de bemiddeling;

op vraag van de patiënt of zijn rechthebbenden advies te vertrekken over de toereikendheid van het bedrag van de vergoeding die door de zorgverlener of zijn verzekeraar wordt voorgesteld.

§ 2. Het Fonds heeft eveneens als opdracht:

op verzoek van de minister of op eigen initiatief, adviezen uit te brengen over elke aangelegenheid in verband met de preventie of de vergoeding van de schade als gevolg van gezondheidszorg;

statistieken op temaken over vergoedingen die werden toegekend krachtens de bepalingen van deze wet;

een jaarlijks activiteitenverslag op te stellen dat aan de minister, aan de Wetgevende Kamers en aan de Federale Commissie Rechen van de patiënt" wordt bezorgd. Dit verslag bevat de analyse van statistische en financiële gegevens, aanbevelingen om de schade als gevolg van gezondheidszorg te voorkomen, een voorstelling van en toelichting bij de adviezen die het Fonds meent te moeten uitbrengen. Dit verslag bevat geen persoonsgegevens.

Art. 9.

Opgeheven bij: Wet 19-3-2013 - B.S. 29-3 - ed. 2 - art. 29

Art. 10.

Opgeheven bij: Wet 19-3-2013 - B.S. 29-3 - ed. 2 - art. 29

Art. 11.

Opgeheven bij: Wet 19-3-2013 - B.S. 29-3 - ed. 2 - art. 29