Koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

Tableau synoptique des Modifications
Art. 203/1.
  Art. 204.
  02/08/2022 § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 131 van de gecoördineerde wet behouden de gerechtigden bedoeld in artikel 128, § 1, en de gerechtigden bedoeld in artikel 128, § 2, tweede lid van de gecoördineerde wet die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 207, het recht om prestaties te genieten tot het einde van het kwartaal waarin zij de wachttijd hebben volbracht.
  02/08/2022 § 2. Onverminderd de bepalingen van artikel 131 van de gecoördineerde wet behouden de gerechtigden bedoeld in de artikelen 116/1, § 1 en 116/1, § 2, tweede lid van de gecoördineerde wet die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 207/1, het recht om prestaties te genieten tot het einde van het kwartaal na dat waarin zij de wachttijd hebben volbracht.
  02/08/2022 § 3. Onverminderd de bepalingen van artikel 131 van de gecoördineerde wet behouden de gerechtigden die zijn vrijgesteld van wachttijd overeenkomstig artikel 116/1, § 2, eerste lid of artikel 128, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wet, het recht om prestaties te genieten tot het einde van het tijdvak dat aanvangt de dag waarop zij de hoedanigheid van gerechtigde hebben verkregen en eindigt op het einde van het daaropvolgende kwartaal.
  01/05/2017 Zij behouden dit recht :
  01/05/2017 gedurende het eerste kwartaal volgend op het in het eerste lid bedoelde tijdvak, op voorwaarde dat zij over het kwartaal waarin zij de hoedanigheid van gerechtigde hebben verkregen, voldoen aan de voorwaarden inzake bijdragen, gesteld in afdeling V van hoofdstuk II van titel IV;
  01/05/2017 gedurende het tweede kwartaal volgend op het in het eerste lid bedoeld tijdvak, op voorwaarde dat ze, over ditzelfde tijdvak voldoen aan de voorwaarden inzake bijdragen, gesteld in afdeling V van hoofdstuk II van titel IV.
  10/08/1996 § 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 131 van de gecoördineerde wet behouden de gerechtigden die zijn vrijgesteld van wachttijd overeenkomstig artikel 128, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wet, het recht om verstrekkingen te genieten tot het einde van het tijdvak dat aanvangt de dag waarop zij de hoedanigheid van gerechtigde hebben verkregen en eindigt op het einde van het daarop volgende kwartaal.
  10/08/1996 Zij behouden dit recht:
  10/08/1996 gedurende het eerste kwartaal volgend op het in het eerste lid bedoelde tijdvak, op voorwaarde dat zij over het kwartaal waarin zij de hoedanigheid van gerechtigde hebben verkregen, voldoen aan de voorwaarden inzake bijdragen, gesteld in afdeling V van hoofdstuk II van titel IV;
  10/08/1996 gedurende het tweede kwartaal volgend op het in het eerste lid bedoeld tijdvak, op voorwaarde dat ze, over ditzelfde tijdvak voldoen aan de voorwaarden inzake bijdragen, gesteld in afdeling V van hoofdstuk II van titel IV.

Afdeling II.- Vrijstelling en vermindering van wachttijd voor het recht op uitkeringen
Art. 205.

Affichage pour impression