Koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

Tableau synoptique des Modifications
Art. 216.
  Art. 217.
  01/01/2023 De gerechtigden in gecontroleerde volledige werkloosheid die worden bedoeld in artikel 113, laatste lid, van de gecoördineerde wet, alsook de gerechtigden die voornoemde hoedanigheid krachtens artikel 131 van de gecoördineerde wet behouden, hebben recht op een basisuitkering, gelijk aan 60 pct. van het gederfde loon, bedoeld in artikel 113, derde lid, van de gecoördineerde wet; het bedrag van deze uitkering is echter gelijk aan dat van de werkloosheidsuitkering waarop voornoemde gerechtigden aanspraak hadden kunnen maken als zij niet in een periode van moederschapsbescherming bedoeld in de artikelen 114 en 115 van de gecoördineerde wet waren geweest. [In dit verband wordt echter steeds rekening gehouden met de toepasselijke fase van de vergoedingsperiode waarin zij zich zouden hebben bevonden in het kader van de werkloosheidsreglementering op de eerste dag van de periode van moederschapsbescherming.]
  01/01/2003 De aligneringsmaatregel van het vorige lid houdt op van toepassing te zijn zodra een periode van zes maanden verstreken is, waarbij rekening gehouden wordt met de duur van de periode van moederschapsbescherming en de periode van arbeidsongeschiktheid onmiddellijk voordien.
  06/10/1996 De gerechtigden, bedoeld in het eerste lid, hebben bovendien recht op een aanvullende uitkering, gelijk aan 19,5 pct. van het gederfde loon, bedoeld in artikel 113, derde lid, van de gecoördineerde wet, gedurende de dertig eerste dagen van de periode van moederschapsbescherming, en gelijk aan 15 pct. van het gederfde loon vanaf de eenendertigste dag van deze periode.

Art. 218.

Affichage pour impression