Koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

Tableau synoptique des Modifications
Art. 245quaterdecies.
TITEL IV.- GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
HOOFDSTUK I.- TOEPASSINGSGEBIED
Afdeling I.- Gecontroleerde werkloosheid
  Art. 246.
  01/10/2022 Onder gecontroleerde werkloosheid, bedoeld in artikel 32, eerste lid, 3°, van de gecoördineerde wet wordt verstaan, elke werkloosheidsdag dat de werknemer zijn verplichtingen inzake werklozencontrole heeft vervuld of daarvan regelmatig was vrijgesteld en waarover in uitvoering van de reglementering inzake werkloosheid [, zoals ze van kracht waren op 30 september 2022, of met toepassing van artikel 188, § 2, van het voornoemde koninklijk besluit van 25 november 1991]:
  01/09/2022 een werkloosheidsuitkering werd uitbetaald[, met uitzondering van de uitkering "interregionale mobiliteit" en de uitkering "knelpuntberoep" toegekend krachtens het koninklijk besluit van 24 juni 2022 tot instelling van een aanvullende uitkering voor langdurig werklozen die het werk hervatten in een ander gewest of in een knelpuntberoep];
  01/07/2004 Het recht op een werkloosheidsuitkering voor een beperkte duur werd ontzegd wegens een administratieve sanctie, opgelegd met toepassing van de artikelen 70 of 153 tot 156 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering; in geval van toepassing van voormeld artikel 70 is de duur beperkt tot een tijdvak van drie maanden;
  10/08/1996 het recht op werkloosheidsuitkering voor een beperkte duur werd geweigerd of ontzegd met toepassing van de artikelen 52 tot 54 van voornoemd koninklijk besluit van 25 november 1991, omdat de werknemer werkloos is of wordt wegens omstandigheden die afhankelijk zijn van zijn wil;
  01/01/2013 [het recht op een werkloosheidsuitkering voor een beperkte duur werd ontzegd met toepassing van artikel 56, § 2, van voornoemd koninklijk besluit van 25 november 1991, omdat de werkloze voor zijn wedertewerkstelling voorwaarden stelt die niet gerechtvaardigd zijn, of met toepassing van artikel 59quater/3 of artikel 59quinquies van hetzelfde besluit, omdat de werkloze geen voldoende inspanningen heeft geleverd om zich te integreren in de arbeidsmarkt; in geval van toepassing van voornoemd artikel 59quater/3 is de duur beperkt tot een tijdvak van zes maanden;]
  10/08/1996 het recht op werkloosheidsuitkering werd ontzegd, omdat de werknemer zich niet als werkzoekende had laten inschrijven, terwijl hij daarvan niet regelmatig was vrijgesteld;
  10/08/1996 het recht op werkloosheidsuitkering werd ontzegd:
  10/08/1996 a) met toepassing van artikel 55, 1°, van voornoemd koninklijk besluit van 25 november 1991;
  01/07/2013 b) met toepassing van [artikel 104, § 1bis of] artikel 131bis, van hetzelfde besluit, wegens deeltijdse arbeid;
  10/08/1996 het recht op werkloosheidsuitkering werd ontzegd, omdat de werknemer de aanvraag om uitkeringen of het administratief dossier buiten de reglementaire termijnen heeft ingediend;
  10/08/1996 het recht op werkloosheidsuitkering werd ontzegd, omdat de werknemer op zondag, een wettelijke feestdag of een gewone dag inactiviteit gearbeid heeft;
  10/08/1996 het recht op werkloosheidsuitkering aan de huisarbeider met toepassing van artikel 75 van voornoemd koninklijk besluit van 25 november 1991 werd ontzegd, behoudens het geval, bepaald in het tweede lid, 1°, van genoemd artikel 75;
  10/08/1996 10° het recht op werkloosheidsuitkering werd ontzegd, omdat de werkloze die op bijkomstige wijze een activiteit uitoefent of die met een zelfstandige samenwoont, nagelaten heeft hiervan aangifte te doen, zoals bepaald in artikel 48, respectievelijk artikel 50 van het koninklijk besluit van 25 november 1991;
  10/08/1996 11° de gerechtigde vrijwillig heeft verzaakt aan het recht op werkloosheidsuitkeringen onder de voorwaarden van artikel 42, § 2, 9°, van voornoemd koninklijk besluit van 25 november 1991.
  01/07/2014 12° [het recht op een werkloosheidsuitkering werd ontzegd, met toepassing van artikel 48bis, § 2, zesde tot twaalfde lid, van het voornoemde koninklijk besluit van 25 november 1991.]
  01/01/2003 Onder gecontroleerde werkloosheid, bedoeld in artikel 32, eerste lid, 3°, van de gecoördineerde wet, wordt eveneens verstaan, de periode gedurende welke de in artikel 32, eerste lid, 1°, van die gecoördineerde wet bedoelde werknemer een onderbrekingsuitkering geniet in geval van volledige beroepsloopbaanonderbreking waarvoor hem een bewijs van rechthebbende op een onderbrekingsuitkering wordt uitgereikt als bedoeld in artikel 281, § 3; voor de werknemer die voor de onderbreking van zijn beroepsloopbaan niet beschouwd werd als een in artikel 86, § 1, van de gecoördineerde wet bedoelde uitkeringsgerechtigde, blijft de werkingssfeer van deze bepaling evenwel beperkt tot de sector van de geneeskundige verzorging. Die gelijkstelling wordt bovendien niet in aanmerking genomen voor het verlengen van de nabevallingsrust met toepassing van artikel 114, tweede lid, van de gecoördineerde wet.
  20/08/1997 Onder gecontroleerde werkloosheid bedoeld in artikel 32, eerste lid, 3°, van de gecoördineerde wet, wordt eveneens verstaan, de periode gedurende dewelke de in artikel 32, eerste lid, 1°, van die gecoördineerde wet bedoelde werknemer, zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken in toepassing van artikel 14, 1°, van de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut der beroepsofficieren van de land-, de lucht-, de zeemacht en de medische dienst en der reserveofficieren van alle krijgsmachtdelen en van de medische dienst, artikel 16, 1°, van de wet van 27 december 1961 houdende statuut van de onderofficieren van het actief kader der land-, lucht- en zeemacht en van de medische dienst en artikel 10, 1°, van de wet van 12 juli 1973 houdende statuut van de vrijwilligers van het actief kader der land-, lucht- en zeemacht en van de medische dienst en een onderbrekingstoelage geniet waarvoor hem een bewijs van rechthebbende op een onderbrekingsuitkering wordt uitgereikt als bedoeld in artikel 281, § 4; de werkingssfeer van deze bepaling blijft evenwel beperkt tot de sector van de geneeskundige verzorging.
  10/08/1996 Onder gecontroleerde werkloosheid als bedoeld in artikel 32, eerste lid, 3°, van de gecoördineerde wet wordt eveneens verstaan de periode gedurende welke de zelfstandige die zijn activiteit definitief heeft stopgezet, geen aanspraak heeft op werkloosheidsuitkeringen, in toepassing van artikel 44 van voornoemd koninklijk besluit van 25 november 1991 en van artikel 4 van het koninklijk besluit van 22 augustus 1983 tot instelling van een tegemoetkoming in de achtergestelde leningen toegekend door het Participatiefonds dat bij de Nationale Kas voor Beroepskrediet is opgericht, aan de uitkeringsgerechtigde volledig werklozen die zich als zelfstandige wensen te vestigen of een onderneming wensen op te richten.
  10/08/1996 Onder gecontroleerde werkloosheid als bedoeld in artikel 32, eerste lid, 3°, van de gecoördineerde wet wordt eveneens verstaan het tijdvak tijdens hetwelk het statuut van deeltijds werknemer met behoud van rechten wordt verleend aan de gerechtigde, overeenkomstig het bepaalde in artikel 29, § 2, van het voornoemd koninklijk besluit van 25 november 1991.
  01/04/2003 Onder gecontroleerde werkloosheid als bedoeld in artikel 32, eerste lid, 3°, van de gecoördineerde wet wordt eveneens verstaan de dagen overeenstemmend met het aantal opvanguitkeringen, waarop de onthaalouder voor een betrokken maand aanspraak heeft, overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 26 maart 2003 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, q, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de onthaalouders.

Afdeling II.- Voortgezette verzekering
Art. 247.

Affichage pour impression