Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994.

Tableau synoptique des Modifications
Art. 25octies.

Art. 25octies/1.

§ 1. Bij het Instituut wordt een Commissie voor advies in geval van tijdelijke tegemoetkoming voor het gebruik van een geneesmiddel opgericht, hierna de Commissie genoemd .

De Commissie:

geeft adviezen over onbeantwoorde medische behoeften;

doet voorstellen voor de tegemoetkoming in de kosten van geneesmiddelen ten opzichte van patiëntencohorten in overeenstemming met artikel 25quater/1, § 1;

antwoordt op vragen om advies die haar in het kader van individuele aanvragen om tegemoetkoming worden voorgelegd door het College van [artsen-directeurs].

§ 2. De Commissie is samengesteld uit:

twee leden, vertegenwoordigers van de verzekeringsinstellingen;

twee leden die worden aangewezen binnen het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten;

twee leden die worden aangewezen op voorstel van de Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen, waarvan het ene onder de vertegenwoordigers van de verzekeringsinstellingen die in die Commissie zetelen en het andere hetzij de voorzitter van de Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen of aangewezen onder de deskundigen die werken in een universitaire instelling;

de voorzitter van de Commissie voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik;

de voorzitter van het College van [artsen] voor weesgeneesmiddelen;

twee personeelsleden van het Instituut;

een personeelslid van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten;

een vertegenwoordiger van de representatieve beroepsorganisaties van de geneesmiddelenindustrie.

Het in het eerste lid, 8°, bedoelde lid heeft een raadgevende stem.

De Koning bepaalt de regels betreffende de aanwijzing van de leden van de Commissie en haar werking.

Om voorstellen te doen met betrekking tot patiëntencohorten wordt de Commissie uitgebreid met experten ad hoc in functie van de ingediende aanvraag. Die experten ad hoc hebben een raadgevende stem en zijn geen lid van de Commissie.

§ 3. De in § 1, tweede lid, 2°, bedoelde voorstellen van de Commissie worden uitgebracht op eigen initiatief of op vraag van de voor Volksgezondheid bevoegde minister, van de voor Sociale Zaken bevoegde minister, van het College van [artsen-directeurs] of van een firma.


Art. 25octies/2.

Affichage standard